Vreemdelingen die ná 1 april 2003 zijn genaturaliseerd op basis van valse persoonsgegevens, mogen niet automatisch hun Nederlands paspoort kwijtraken. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.
De minister van vreemdelingenzaken moet bij fraude aangeven waarom iemand het paspoort moet inleveren. De Raad verwijst naar de Rijkswet op het Nederlanderschap, die na een wetswijziging op 1 april 2003 hierin voorziet. Wanneer vluchtelingen goede redenen hebben gehad om te liegen over namen of geboortedata, kan dat leiden tot behoud van het paspoort.
Asielzoekers die met verkeerde persoonsgegevens aan een paspoort zijn gekomen, krijgen tot op heden de mededeling dat hun naturalisatie nooit heeft plaatsgevonden. Volgens justitie is niet die persoon, maar een niet bestaand iemand tot Nederlander verklaard. De rechters en de Hoge Raad hebben deze lijn altijd gevolgd.
De Hoge Raad benadrukt dat bij naturalisaties vóór 1 april 2003 de situatie ongewijzigd blijft: bij fraude is het Nederlanderschap nooit verleend. Vorig jaar november deed de Raad ook uitspraak in een naturalisatiekwestie, maar maakte toen geen onderscheid tussen fraudezaken vóór en ná april 2003. Die beschikking lag ten grondslag aan de brief van minister Verdonk aan Ayaan Hirsi Ali, waarin het voormalig kamerlid ’werd geacht geen Nederlander te zijn’. Die beslissing is teruggedraaid, maar zette het intrekken van het Nederlanderschap bij identiteitsfraude ter discussie.
De nieuwe uitspraak van de Hoge Raad biedt hoop aan de vreemdelingen die na de bewuste datum zijn genaturaliseerd, maar van wie dat wegens fraude toch is teruggedraaid. Dat zijn er hooguit twintig.
Volgens prof. René de Groot, de Maastrichtse hoogleraar en naturalisatie-expert, is er nu een ’hoogst onbevredigende situatie’ ontstaan. „Waar het op neerkomt is dat liegen over je identiteit vóór 1 april 2003 niet mag, en daarna wel.” De Groot schetst een hypothetische situatie waarin twee vreemdelingen in 2002 op basis van verkeerde persoonsgegevens een verzoek tot naturalisatie indienen. De één is nog net in maart 2003 verstrekt, de ander net daarna. Het Nederlanderschap van de eerste zal worden vernietigd. De ander houdt zijn paspoort, tenzij de minister het met goede argumenten weet in te trekken. De hoogleraar pleit voor een soort overgangsregeling waardoor ook gevallen vóór april 2003 kans maken op een Nederlands paspoort.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.