Als het bedrijfsleven het moeilijk heeft, moeten de lonen worden verlaagd. En als het economisch weer wat beter gaat, moeten ze vooral niet te snel weer worden verhoogd.
Met voorspelbare ondernemerslogica verwijzen de werkgeversorganisaties VNO-NCW en AWVN de looneisen van CNV en FNV naar de prullenbak. Volgens de vakcentrales is het tijd dat de werknemers meeprofiteren van de herstellende economie. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde deze week dat er op een goed eerste kwartaal, een sterk tweede is gevolgd, met een economische groei van 2,4 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2005.
Nu is een aantrekkende economische groei op zich geen reden om te pleiten voor loonsverhogingen. Het herstel kan verscheidene oorzaken hebben, die voor een belangrijk deel buiten Nederland liggen. Hoewel ook de consumentenbestedingen in eigen land weer aantrekken, en zo aan de groei bijdragen, leunt het huidige herstel vooral op de export. Nederland vaart mee op het gunstige economische tij in andere delen van de wereld, met name Azië.
Dat Nederland in staat is daarvan te profiteren, is echter voor een belangrijk deel te danken aan de vakbeweging. Die heeft de afgelopen jaren iedere looneis ingeslikt. Er was een tijd dat het begrip ’looneis’ letterlijk betrekking had op een reële loonsverhoging. Dat er in de cao een compensatie zou komen voor de inflatie stond buiten kijf; de onderhandelingen gingen over de loonsverhoging bovenop die prijscompensatie. Dat is al lang niet meer het geval; de loonsverhogingen van de afgelopen jaren waren in de regel kleiner dan de inflatie. In reële termen gingen werkers dus minder verdienen. Voor de ondernemer kwam daar een lastenverlichting bij, doordat het kabinet de werkgeverspremies verlaagde. En terwijl de loonkosten voor de werkgever daalden, steeg de arbeidsproductiviteit.
In die wig tussen dalende kosten en stijgende productiviteit ziet de vakbeweging ruimte voor een reële verhoging van de lonen. Om de werknemer zijn aandeel te gunnen in het economisch herstel. Op die argumentatie valt niets aan te merken. Er is een discussie mogelijk over tijd en tempo, maar niet over het feit dat werkers die hebben ingeleverd voor economisch herstel, op enig moment hun inkomens weer zien verbeteren.
Het verweer van de ondernemers is zwak. Zij willen geen centrale afspraken over loonstijgingen. De werknemer mag profiteren van het herstel, maar dan per bedrijf en door eenmalige loonsverbeteringen zoals een winstuitkering. Want het rendementsherstel verschilt per sector en per bedrijf, zeggen zij. Dat kan zo zijn, maar hiermee wordt de bodem onder iedere centrale afspraak weggehaald. Als centrale afspraken over loonsverbetering uit den boze zijn, zouden de werkgevers ook moeten zwijgen over een algehele loonmatiging. Maar dat hebben ze nooit gedaan. Die loonmatiging is er gekomen en de vakbeweging heeft alle reden om nu loonherstel te eisen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.