*

 

Van Doorn Afghanistan: vlucht naar voren

J.A.A. van Doorn − 12/08/06, 00:00

Deze week is Nederland begonnen met een militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. Onze troepen maken deel uit van ISAF, de International Security Assistance Force die, met vreedzame middelen maar niet onbewapend, orde en rust in het land moet bevorderen. De Afghaanse regering is hiertoe niet zelfstandig in staat.

ISAF werkt naast Amerikaanse troepen, die met geweld hetzelfde mooie doel nastreven. Hun operatie Enduring Freedom is een vechtmissie, die geleidelijk ruimte zou moeten maken voor de opbouwmissie van ISAF. Helaas hebben de Amerikanen hun werk niet overal goed gedaan, want in de zuidelijke provincies, waaronder Uruzgan, wemelt het van Taliban-strijders. Maar dat ter zijde.

De opbouwmissie ISAF, zo zou je veronderstellen, opereert onder gezag van de Verenigde Naties, die al vele tientallen jaren naar allerlei ontwrichte gebieden peace-keeping forces hebben uitgezonden en dat nog steeds doen. Maar dat is niet juist. ISAF staat onder bevel van de Navo in Brussel.

Dat is vreemd. De Noord-Atlantische Verdrags-Organisatie is opgericht en was bedoeld als een bondgenootschap van democratische staten en vormde een antwoord op mogelijke militaire dreiging uit het oosten: van de Sovjet-Unie en haar satellieten, verenigd in het Warschaupact.

Die dreiging is echter allang verdwenen. De Sovjet-Unie is uit elkaar gevallen en het Warschaupact is opgeheven. Ook de Navo had dus kunnen verdwijnen. Het bondgenootschap is echter juist sterk gaan groeien, mirabile dictu door toetreding van een tiental Oost-Europese landen, voormalige leden van het Warschaupact. ’Noord-Atlantisch’ is de Navo in ieder geval niet meer.

En toen kwam 11 september 2001, de aanslag van de terroristische organisatie Al-Kaida op enkele gebouwen in de Verenigde Staten. De Navo aarzelde niet en trok artikel 5 van haar Handvest uit de kast: een gewapende aanval op een van de lidstaten wordt opgevat als een aanval op alle lidstaten. Daarmee schakelde de organisatie zich in bij de Amerikaanse ’war on terror’.

Zo kwam Afghanistan in the picture. Het land herbergde bases van Al-Kaida, weigerde die bases op te ruimen en werd bijgevolg door Amerika bezet en gezuiverd van het Taliban-regime, dat de terroristen onderdak had verschaft. Op de restanten van Al-Kaida én van de Taliban wordt sindsdien door Amerika gejaagd.

Zou Amerika andere Navo-landen hebben gevraagd aan die jacht mee te doen, dan was dat in het kader van het Navo-Handvest nog steeds verdedigbaar geweest. Maar er gebeurde iets anders: besloten werd het door Amerika geïnstalleerde nieuwe regime in Kaboel te gaan helpen met de wederopbouw van het zwaar beschadigde land. En hiervoor zijn dus onder meer 1400 tot 1600 Nederlandse militairen ingezet.

Wie dat wil, kan nog altijd een redenering bedenken die deze merkwaardige uitbreiding van Navo-activiteiten lijkt te rechtvaardigen. Bijvoorbeeld: indien Afghanistan instabiel blijft en zeker indien de Taliban aan invloed winnen, zou de vestiging van nieuwe terroristische bases niet uitgesloten zijn. Voorkomen is beter dan genezen.

Daar staat als nuchter argument tegenover, dat het uitroeien van de Taliban-beweging als zodanig al een uiterst moeizame aangelegenheid zal blijken, maar dat het inrichten van een staat die in Afghanistan nooit heeft bestaan, de krachten van elke militaire aanwezigheid verre te boven gaat. Wie zoiets nog onder het Navo-Handvest wil brengen, houdt zichzelf voor de gek.

Maar de gekkigheid heeft zich al veel verder verbreid: ook in Kosovo en Darfur zijn Navo-eenheden inmiddels actief. Met andere woorden: de Noord-Atlantische Verdrags-Organisatie is momenteel op afroep bereid her en der aan peace-keeping te doen, zoals de Verenigde Naties dat vanouds hebben gedaan. De Navo promoveert zichzelf tot de nieuwe politieagent van de wereld.

Deze rol heeft twee grote nadelen. De eerste is dat de Navo zich gaat vertillen. Experts betwijfelen nu al of het optreden in Afghanistan zal slagen. En dat terwijl van Navo-zijde met kracht wordt gesteld dat de missie een succes móet worden, omdat anders het bestaansrecht van de organisatie ter discussie komt te staan. Men gaat dus nodeloos een avontuur aan dat geheel buiten de oorspronkelijke doelstellingen van het bondgenootschap ligt, en dat bondgenootschap in gevaar kan brengen.

Het tweede bezwaar is ernstiger. De Verenigde Naties, hoe incompetent soms ook opererend, hebben altijd ervoor gezorgd dat vredesmissies een breed internationaal draagvlak hadden. De Navo heeft dit draagvlak niet en kan het nooit krijgen: het is een Amerikaans-Europees consortium dat op oud-koloniale wijze, naar eigen goeddunken, ’rust en orde’ in vreemde landen wenst te verspreiden. Dat gaat tegen ons werken.

Aan de basis van de dwaaltocht van de Navo ligt een bekend mechanisme ten grondslag: het zoeken door organisaties en instituten naar een nieuwe bestaansreden als de eigenlijke en oude bestaansreden is vervallen. De Navo heeft de noodzakelijke zelfbeperking niet in acht genomen en de vlucht naar voren gezocht.

mailIcon print |