Particulieren zetten graag zelf projecten op in de Derde Wereld, maar effectief is dat vaak niet. Het kan beter als ze hulp krijgen van officiële clubs.
Steeds meer mensen beginnen een eigen goed doel voor ontwikkelingshulp en steeds meer mensen geven geld aan die particuliere initiatieven. De Donateursvereniging heeft de trend onlangs in kaart gebracht in een onderzoek naar kleinschalige particuliere initiatieven in de goede-doelenbranche.
Opvallend is dat de drijfveer van initiatiefnemers niet is dat ze vinden dat er bij bestaande goede doelen te veel geld aan de strijkstok blijft hangen. Zij willen vooral praktische hulp geven in een noodsituatie. Dikwijls zet zo’n initiatiefnemer een project op met hulp van vrienden en kennissen. Daarnaast zetten rijken projecten op en doen bedrijven hetzelfde vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Er vindt geen verschuiving van donaties plaats; de initiatiefnemers en donateurs van ’eigen’ goede doelen blijven ook gewoon geld geven aan de bekende goede doelen. Die organisaties kunnen dan ook niet anders dan blij zijn met wat particulieren op touw zetten. SOS-Kinderdorpen, in 1949 voortgekomen uit een particulier initiatief, juicht deze initiatieven in ieder geval toe. Er is zoveel ellende in de wereld, dat elke hulp keihard nodig is. De bestaande organisaties en de doe-het-zelfontwikkelingshulp kunnen elkaar daarbij aanvullen en versterken.
Het is niet bekend hoeveel particuliere hulporganisaties er zijn en hoeveel geld ermee is gemoeid. Dat de sector omvangrijk is, mag worden afgeleid uit het feit dat er bij de Kamer van Koophandel niet minder dan 30.000 stichtingen en verenigingen staan ingeschreven die kunnen worden aangemerkt als goede doelen. De Donateursvereniging schat dat er in ons land tussen de 4 en 20 miljard euro omgaat bij goede doelen, waarvan ten minste 1 miljard voor rekening komt van goede doelen die niet bekend zijn bij de Belastingdienst en het Centraal Bureau Fondsenwerving.
De meeste particuliere initiatieven beloven dat 100 procent van de donaties ten goede komt aan de mensen voor wie de hulp bedoeld is. Donateurs vinden dit belangrijk, want dan weten ze wat er met hun geld gebeurt. Dit lukt echter alleen als de onkosten en overhead niet uit de donaties worden betaald. Op zichzelf is daar niets tegen, maar wel blijven de werkelijke kosten van de hulp zo onzichtbaar.
Een andere vraag is: komt het geld of de hulp aan? En heeft men oog op de bestedingen? Je leest vooral over succesvolle particuliere initiatieven, maar hoeveel mislukkingen staan daar tegenover? Zelfs een professionele organisatie als SOS-Kinderdorpen heeft te kampen met teleurstellingen op allerlei vlak, terwijl wij vaak al jarenlang aanwezig zijn in een land en werken met vaste contactpersonen en een eigen lokale staf. Ook eigen goede doelen krijgen met zulke problemen te maken zonder dat ze kunnen terugvallen op jarenlange ervaring. Ze worden door schade en schande wijs, vaak met verlies van geld, terwijl de hulpbehoevende zonder hulp achterblijft. Misschien moet de sombere conclusie wel zijn dat er bij al die initiatieven bij elkaar opgeteld meer geld verdwijnt dan er terechtkomt bij de mensen voor wie het bestemd is.
Een laatste vraag is hoe effectief de hulp is op de lange termijn. Wil de hulp duurzaam zijn, dan moet je ervoor zorgen dat het project na verloop van tijd zichzelf kan bedruipen. Dat is een zaak van lange adem. De kunst is om het project lokaal te verankeren door zoveel mogelijk de lokale gemeenschap in te schakelen. Wil hulp helpen, dan moet zij een impuls geven aan de lokale economie. Het heeft weinig zin om potloden en schoolschriften uit te delen als de plaatselijke verkoper van potloden en schoolschriften daardoor bankroet gaat. Hetzelfde geldt voor kleding of voor de bouw van een schoollokaal.
Ik wil particulieren niet ontmoedigen. Wij zijn heel blij met hun betrokkenheid en uiteindelijk werken wij vanuit hetzelfde idealisme. Maar deze vragen moeten gesteld worden. Een achterliggende vraag is of het geld dat in doe-het-zelfontwikkelingshulp wordt gestoken, niet effectiever via de bestaande organisaties besteed kan worden. Mensen met een idee voor een hulpproject wenden zich vaak eerst vergeefs tot een landelijke ontwikkelingsorganisatie of goed doel. Ze laten het er dan niet bij zitten en beginnen een eigen goed doel. Steeds vaker merk ik dat particulieren die al een paar jaar bezig zijn, meer begrip krijgen voor de bestaande organisaties, om wat die voor elkaar krijgen.
SOS-Kinderdorpen heeft verschillende particulieren geholpen om hun project van de grond te krijgen. Wij brengen ze in contact met onze mensen in het land waar ze een project willen starten. Voorwaarde is wel dat het project binnen ons doel past – weeskinderen een thuis en een opleiding bieden en de lokale gemeenschap versterken. Past het niet bij ons, dan zoeken we een organisatie die beter bij zijn idee past. Andere organisaties, bijvoorbeeld NCDO, ontplooien vergelijkbare initiatieven.
Om te voorkomen dat iemand met een goed idee moet shoppen, pleit ik ervoor dat bestaande ontwikkelingsorganisaties een loket openen waar particulieren terechtkunnen met hun project. Te denken valt aan een website van de Donateursvereniging. Vanuit dat loket kan dan bij het particuliere initiatief de juiste bestaande organisatie worden gezocht. Op deze wijze zal er uiteindelijk veel minder geld en energie verloren gaan aan mislukte projecten en komt er dus meer geld bij de mensen voor wie het bedoeld is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.