De rooms-katholieke kerk moet blij zijn met leken die voorgaan in de woord- en communieviering. De toekomst van de kerk is ermee gediend.
Als we het altaar in zijn eigenlijke betekenis nemen als de tafel waarop de eucharistie gevierd wordt, dan heeft de rooms-katholieke kerk gelijk dat ze leken van het altaar duwt. Eucharistie is voor de gewijde ambtsdrager. Als we het altaar in brede ruimtelijke zin opvatten als de heilige ruimte waarin ook de tafel staat, het liturgisch centrum van de kerk, dan is er grote behoefte aan meer niet-priesters die voorganger zijn in de liturgie. Tenzij de kerkleiding liever lege kerken heeft dan kerken waarin geen priester voorgaat.
Het commentaar in Trouw van dinsdag 28 maart geeft een verkeerde interpretatie van het probleem. Het woord 'leek' is eigenlijk een ongelukkig woord omdat het de bijbetekenis heeft van 'niet-ingevoerde'. De meeste pastorale werkers (m/v) zijn beter opgeleid dan veel priesters; juist vanwege het priestertekort is er naast de academische een aangepaste priesteropleiding ontstaan die niet academisch is. In kerkelijke zin zijn leken diegenen die niet tot het kerkelijke ambt behoren. Maar juist omdat de pastorale werkers wel met een bisschoppelijke zending werken, is het eigenlijk heel verwarrend om ze 'leek' te noemen. Naast de professionele leken is er in een parochie ook nog een aantal vrijwillige leken actief, ook in de liturgie. Zij doen dat omdat er grote vraag naar is. Zij hebben daartoe een aangepaste scholing ontvangen. Dat afdoen met 'priester spelen' zoals in het Trouw-commentaar gebeurt, doet onrecht aan hen.
Het probleem omtrent de woord- en communievieringen is eerder een verschil in kerkvisie dan een verschil in visie op de eucharistie. Ik werk als pastoraal werker in een samenwerkingsverband van acht parochies in de West-Betuwe, waar we tien kerken hebben, en nog een aantal plaatsen in verpleeg/verzorgingshuizen waar liturgie gevierd wordt. Op dit moment zijn er aan dat verband één priester en drie pastorale werk(st)ers verbonden. Gelukkig zijn er enkele emeriti die soms beschikbaar zijn, maar ook met hen kunnen we het rooster van kerkdiensten op zondag niet vol maken. Stel je voor dat er geen parochianen waren die in dit tekort de uitdaging aannemen en de gemeenschap toch voorgaan in gebed en schriftlezing en uitleg en in het uitdelen van de 'hemelse gave'. Het zou akelig stil worden in de West-Betuwe.
De kerkvisie van de bisschoppen - angstig geworden door de controle van Rome- zou ons ertoe moeten brengen de aanvangstijden van die tien kerkdiensten grondig te wijzigen, zodat de priester minstens drie van de tien vieringen tot een eucharistie zou kunnen maken, en een enkele emeritus ook nog een of twee. Verder zou er een ingewikkelde logistiek aan te pas komen: vervoer de parochianen naar de dichtstbijzijnde eucharistie en sluit de andere kerken of houd daar een eenvoudige gebedssamenkomst.
Een woord- en communieviering heeft geen andere dan de gangbare theologische visie op eucharistie. Het is het verlengde van de viering van de eucharistie, waarin Jezus zichzelf geeft als voedsel. Ik beleef in die woord- en communieviering ook eucharistie, zoals ik (en waarschijnlijk ook veel priesters) dat ook ervaar als ik bij een zieke thuis de communie breng; ook dat is een viering van Woord en Communie, een viering van de aanwezigheid van de verrezen Heer in het teken van brood dat brood ten leven is. Liever die tien gemeenschappen rond Woord en Sacrament levend houden, dan hen verwijzen naar de dichtstbijzijnde eucharistie.
Het commentaar in Trouw stelt dat de bisschoppen hun gelovigen 'een stel verwende krengen vinden die best met wat minder hosties toekunnen'. Dit slaat de plank helemaal mis. De bisschoppen vinden dat we elke zondag te communie zouden moeten gaan, liever nog ook door de week; de dagelijkse eucharistie is de beste geestelijke voeding voor alle gelovigen en daar krijg je nooit te veel van. En daarom is het zo weinig te begrijpen dat ze het communie uitreiken in het verlengde van de eucharistie zo tegenhouden. Dat zegt meer over de politiek rond het priesterambt -stel je toch voor dat mensen de priester bijna niet meer zouden missen- dan over de beleving van de eucharistie. Want die blijft hetzelfde. De toekomst van de kerk is meer gediend met open kerken waar mensen blijven samenkomen voor Woord en Communie dan met verwijsbordjes naar de dichtstbijzijnde eucharistie.
Dank aan de katholieke vrouwenbeweging die oog heeft voor waar het de bisschoppen in hun beleidslijnen aan ontbreekt: waardering voor de lekenvoorgangers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.