*

 

Waarom loopt de politiek telkens weer met een boog om het verboden H-woord heen?

Willem Breedveld − 11/02/06, 00:00

Taboes hebben over het algemeen een nuttige functie. Zij behoeden de samenleving voor rampspoed en onheil. Denk aan het taboe op incest, bestialiteit, pedofilie en necrofilie. Denk ook aan taboes die betrekking hebben op ons dieet, zoals het taboe op kannibalisme. Of aan de taboes op geschonden lichaamsdelen, waarop onze weerzin tegen vrouwenbesnijdenis stoelt.

Wat een taboe is, wordt meestal bepaald binnen de politieke, religieuze en culturele context van een land en daarbinnen is het meestal een elite die de toon aangeeft. Juist daarom is het onbegrijpelijk dat er in Nederland nog altijd een taboe rust op de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.

Deze aftrekpost is ongetwijfeld plezierig voor met name mensen met een hoog inkomen. Maar zo langzamerhand zouden ook zij moeten weten dat we -om met oud-premier Wim Kok te spreken- met dit systeem 'dansen op een vulkaan', omdat Nederland de hoogste hypotheekschuld van Europa heeft. Het systeem van de renteaftrek nodigt namelijk uit tot méér lenen en niet tot méér kopen. Want daarvoor zijn niet voldoende woningen beschikbaar. Dankzij de hypotheekrenteaftrek zijn de huizen abnormaal duur, onbetaalbaar voor de starters op de woningmarkt.

Waarom vasthouden aan een systeem waarvan de hogere inkomens het meest profiteren? Zo vloeit veel belastinggeld weg naar luxueus eigenwoningbezit dat als zodanig geen ondersteuning behoeft. De cijfers tonen het aan: circa 70procent van de door het rijk uitgekeerde renteaftrek (in 2004 ruim 7 miljard euro) gaat naar de hoogste inkomens, zo'n 15 tot 20 procent van het totale aantal eigenwoningbezitters.

Om al die redenen vinden eerbiedwaardige instituten dat we van het systeem afmoeten. De aftrek hoort het woningbezit te bevorderen, maar leidt bij het huidige gebrek aan aanbod vooral tot hogere prijzen. Een averechts effect en een weinig doelmatig gebruik van overheidsgeld, vindt de Nederlandsche Bank, vindt ook de Raad van State en zegt inmiddels ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het kan ook zonder dat er rampen gebeuren, rekende het SCP onlangs voor. De inkomens zullen gemiddeld 0,7procent dalen. De Delftse hoogleraar Boelhouwer denkt dat afschaffing evenmin tot gevolg hoeft te hebben dat de woningmarkt instort. Dat gebeurde ten dele wel in Engeland en in Zweden. Maar het hoeft niet. Mits het kabinet de aanpassing ruim van tevoren aankondigt en de aftrek stapsgewijs in de tijd afgebouwd wordt, vertelde hij in Trouw. Eerder betoogde zijn collega Priemus dat de politiek 'genoeg ballen' moet hebben om het H-woord bespreekbaar te maken: “De hete aardappel moet voor de verandering maar eens niet naar een volgende kabinetsperiode worden doorgeschoven.“

Maar juist daar blijkt het probleem te zitten: het mankeert politici aan ballen. De kabinetten-Kok liepen met een wijde boog om het probleem heen en ook het kabinet-Balkenende steekt pontificaal de kop in het zand. Als gezegd ik vind dat onbegrijpelijk. Vandaar mijn vraag: Waarom loopt de politiek telkens weer met een grote om het verboden H-woord heen?

mailIcon print |