Thuiszorgmedewerkers brengen extra bezoekjes om te zien of thee of bouillon wel zijn genuttigd. Of om een extra ijsje aan te bieden.
Voor de neus van Marja de Meris (84) uit Leens staat een haast volle mok thee naast een glas limonade en een beker soep. Edith van Wijk (42) van Thuiszorg Groningen zet daar nog een thermoskan met thee bij.
De Meris, voormalig handwerkjuf, zit op de bank en verklaart met ondeugende blik dat ze ’te lui’ is om op te staan en zelf iets te pakken. In feite zijn haar knieën stuk en heeft ze, zegt ze, niet zo’n lol meer in het leven. Maar dat is een ander verhaal.
De Meris is een van de zeven hoogbejaarden uit Noord-Groningen die Edith van Wijk deze woensdagmiddag opzoekt.
Aan meneer Woddema van 87 die achter zijn reeds lang gesloten fietsenwinkel in Ulrum woont, vraagt Van Wijk waarom hij zijn bloes niet uittrekt. Met een dikke broek en een overhemd met lange mouwen over een T-shirt, zit Woddema doodstil aan tafel te zweten. Pasgeleden bleek Woddema zijn elektrische deken nog aan te hebben, vertelt de verzorgster.
Ze wast zijn gezicht en handen, fatsoeneert het plakkerige haar en geeft te drinken. Drinken en ook eten hebben prioriteit op dagen als deze. Van Wijk deelt medicijnen uit, doet hier en daar een afwas. Maar vooral serveert ze thee, water en limonade.
Bij het weggaan controleert ze of er nog genoeg spullen in de koelkast staan. Een dame van 96 in Zoutkamp wordt achtergelaten met een geschilde kiwi, met vorkje erbij. Plus een glas appelsap en water. Best kans dat het er nog staat als er weer een thuiszorger komt, weet Van Wijk: „Veel oude mensen durven niet veel te eten of te drinken. Ze zijn bang dat ze dan naar de wc moeten.”
Een hetere periode heeft Van Wijk niet meegemaakt in haar vijfentwintig jaar in de zorg. Dezer dagen gaat ze soms twee keer langs bij de cliënten op haar lijstje. Vanmiddag bijvoorbeeld bij een mevrouw die met buikgriep op bed blijkt te liggen. Ook meneer Woddema krijgt nog een extra glas fris.
De ouderen lijden beslist onder het weer. Van Wijk ziet dat wel als ze de mensen wast. „Zweet onder borsten, in liezen, in bilnaden.” Dat moet wel irriteren. Toch klagen de oudjes amper en stellen ze ook geen zomereisen.
Marja de Meris heeft meer last van koud dan van warm weer. „Mijn handen zijn wel plakkerig, maar dan doe ik even zo,” zegt ze, terwijl ze haar handen over haar broek haalt.
De 83-jarige mevrouw Renkema uit Ulrum draagt een luchtige rok en top. Met pantykousen. De Wijk lacht: „Die kousen wil niemand ooit uitdoen.”
Ook met drinkbouillon is het lastig. Ideaal voor een extra shot zout, maar lang niet iedereen wil eraan. „Wie zelf zijn boodschappen nog doet, haalt het gewoon niet in huis. Dat hadden ze vroeger ook niet. Ze aten soep.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.