De komende competitie zal Martinus, dat geheel uit speelsters van de nationale selectie bestaat, het nog zonder Ingrid Visser moeten doen. Zij blijft tot mei 2007 bij Tenerife volleyballen.
,,Het was een moeilijke afweging, maar ik heb er goed over nagedacht”, zegt de aanvoerster van de Nederlandse ploeg. Ze besefte evenwel heel goed dat ze er met goed nadenken nog niet was.
Visser is een van de initiatiefneemsters van het plan om met zoveel mogelijk internationals in één team samen te spelen en te trainen – dit ter voorbereiding op de Olympische Spelen van 2008. Dat team is Martinus geworden, dat vorig jaar al met een keur van internationals landskampioen werd. Daar waren nog niet eens alle speelsters bij. Visser volleybalde bij Tenerife; Fledderus, Wijnhoven en Blom speelden in Italië; Wensink in Duitsland.
Maar, zo was de bedoeling, vanaf de competitie 2006-2007, die na het WK begint, zouden ook de ’buitenlanders’ zich bij Martinus melden. Visser was een van de voortrekkers van het project.
En nu haakt uitgerekend zij af. ,,Het is deels een financiële, deels een persoonlijke en deels een sportieve zaak”, legt ze uit. ,,Als ik tot na de Spelen in Nederland blijf, ben ik 31, en dan is het de vraag of ik in het buitenland nog wel op topniveau aan de bak kom. Dit is nu mijn laatste kans. Daar komt bij dat ik tegen die tijd waarschijnlijk in Nederland wil blijven. Verder valt het aanbod van de volleybalbond me financieel tegen.”
Ze realiseert zich hoe gevoelig haar stap bij haar teamgenoten ligt: ,,Ik heb er met iedereen over gepraat, want ik wilde het open en eerlijk spelen. De groep ging akkoord, al heerste er wel teleurstelling. Zelf had ik de angst dat anderen mijn voorbeeld zouden volgen, maar dat is niet gebeurd. Gelukkig weet de groep heel goed welke belangen er spelen.”
Bondscoach Selinger vatte het besluit van zijn aanvoerster laconiek op: ,,Het gaat zoals het gaat.” Net als het team toonde hij zich teleurgesteld: ,,Als ik dat niet zou zijn, zou ik niet eerlijk zijn tegenover Ingrid.”
Voor Martinus is de tijdelijke afwezigheid van Visser een verzwakking, maar de optimist Selinger ziet alweer een voordeel: ,,Op lange termijn zie ik positieve punten. Nu zullen anderen in haar rol moeten groeien: Carlijn Jans, Susanne van den Heuvel, Caroline Wensink en Mirjam Orsel.” (De laatste blijft overigens nog een seizoen bij Pollux spelen, red.) ,,Zij moeten op het niveau van Ingrid zijn als Ingrid terugkomt. Dat verplicht Ingrid weer om sterker terug te komen.”
Visser: ,,Als ik weg ben, moeten anderen de leidersrol op zich nemen. Dat is alleen maar goed voor de groepsontwikkeling.’’
Is de bondscoach niet bang dat, nu Visser het verband opzegt, andere speelsters zullen volgen? ,,De contracten zijn getekend, maar contracten zijn iets formeels. Je kunt niemand tegen haar zin hier houden. Ik heb te maken met mensen, en die mensen maken keuzes”, zegt Selinger realistisch.
De keus voor het Nederlands team komt vanzelf wel, denkt hij, zeker als de olympische koorts gaat komen. Tegen die tijd is ook iedereen hard nodig.
,,In mei sluit ik weer aan bij de selectie en echt, dan blijf ik tot en met het olympisch goud”, belooft Visser. Meent ze dat echt? ,,Van dat goud? Jazeker, daar ben ik van overtuigd, dat dat gaat lukken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.