Je kunt er de klok op gelijk zetten: als een huis verkocht is, staan er binnen twee weken containers voor de deur. De buurman van ons nieuwe huis heeft het al vaak zien gebeuren hier in de straat. Ook nu, bij ons, gaat het weer precies hetzelfde. Voor ons pas gekochte huis zijn twee containers gezet. Daarin liggen brokken steen van muren die zijn uitgebroken. Het huis dat er zo keurig en gezellig uitzag toen we het kochten, is veranderd in een halve bouwval.
Waar eerst het terras was, liggen nu hopen zand. Op twee plaatsen is diep gegraven voor de fundering. In de gaten is beton gestort. Houten palen geven aan waar de muren gemetseld gaan worden. Een oranje zeil bedekt een gat in de achterpui. De terrastegels liggen opgestapeld. De vijver is eruit, de bak ligt ergens achterin de tuin, op zijn kop. Van het overhangende dak bij het terras zijn twee rijen pannen weggehaald. En in de woonkamer staan schoppen en ladders tegen de muren. De plafonds zijn eruit, de leidingen liggen bloot. We hopen dat de vorige bewoners niet zo dom zijn om eens langs te komen om te zien hoe gezellig we hun voormalige paleisje gemaakt hebben. Wat een puinhoop.
The point of no return is inmiddels ruimschoots gepasseerd. Wat weggebroken is, kan niet meer hersteld worden. Er is een heleboel werk nodig om er weer een nette woning van te maken. Zo gaat dat tegenwoordig. Verhuizen betekent verbouwen.
Dertig jaar geleden was dat anders. In 1973 verhuisden mijn ouders, broers en ik naar een huis dat toen vijf jaar oud was, een rijtjeshuis met als attractie een Z-vormige woonkamer. Daar lag oranje tapijt, met cirkelvormig relief erin, iets waarvan we niet wisten dat het bestond. Het had hier en daar een vlekje, maar zag er verder keurig uit, nauwelijks versleten. Natuurlijk namen we het over. De keuken was eenvoudig, maar alles deed het. Dat gold ook voor de badkamer. De tegels waren misschien wat donker, maar we vonden het wel grappig, na de saaie witte standaardtegels die we in het vorige huis hadden. Helemaal prima, we trokken er zo in. Ik kan me niet herinneren dat er een schilder aan te pas is gekomen. Van containers was geen sprake. Containers stonden alleen voor een huis als het half was afgebrand.
Er is dus iets veranderd de afgelopen dertig jaar. Per jaar verhuist zo’n acht procent van de bevolking en wie een bestaand huis koopt, gaat aan de slag. Nederland verbouwt. Ik zou wel eens willen weten voor hoeveel geld er jaarlijks in die containers verdwijnt aan muren, wastafels en keukenblokken. Een huis moet helemaal gemodelleerd zijn naar onze smaak. En onze smaak wordt vooral bepaald door de mode. Dat kan oranje vloerbedekking zijn, dat kunnen groene badkamertegels zijn. Badkamers die nu, geheel volgens eigen smaak, worden ingericht, hebben bruine tegels, rechthoekige wastafels en ademen een Japans aandoende soberheid uit. Zelf gekozen, dat wel.
Aan ons nieuwe huis zijn de badkamermodes voorbijgegaan. De gele tegels met het zwarte randje, die in 1954 zijn aangebracht, zitten er nog. Wij laten ze lekker zitten. Zo drukken we ons stempel op het huis. Want wij zijn natuurlijk anders dan al die anderen met een container voor de deur. Als dat maar duidelijk is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.