*

 

Hockey om betere mensen te maken

door Rob Velthuis − 05/01/06, 00:00

De overheid heeft sport ontdekt als middel om processen als integratie en terugdringen van bewegingsarmoede te bevorderen. Binnen de sport zelf zijn de raakvlakken met het maatschappelijk leven al langer gevonden. Trouw toont daarvan in een serie een aantal voorbeelden. Deel 2: Hockeyclub HDM staat midden in de maatschappij. Wilco van den Akker trekt 1800 kilometer met een slede door Alaska en steunt daarmee KiKa.

Iemand die bij HDM door de poort komt is goed omdat hij door de poort komt, niet om wat hij is. Achter deze uitspraak van clubmanager Rob Meijer ligt de kracht van HDM.

Wie zich bij de Haagse hockeyclub aansluit, is zonder rang of stand opgenomen in de familie. Er is geen verschil tussen klusjesman en voorzitter. Dat maakt dat men elkaar met enthousiasme helpt, niet omdat het een plicht is.

Dat is de reden dat de 1500 leden tellende club zoveel initiatieven in de samenleving kan ontplooien. We doen het met elkaar, zo is het altijd geweest, aldus Meijer. Hoe krachtiger je als vereniging bent, hoe meer energie je kunt aanspreken, hoe groter de maatschappelijke betrokkenheid. Hier heerst de opvatting dat er meer in de wereld is dan hockey.

HDM telt 311 vaste vrijwilligers, daar komt zeker eenzelfde aantal mensen bij dat incidenteel helpt. Begrijpen doen ze het bij HDM wel, de klachten elders over de schaarste aan vrijwilligers. Niet overal heerst dezelfde sfeer, bij veel clubs komen de leden slechts als consumenten.

Maar de aanspraak op de HDM-leden moet niet worden overdreven. Het zijn geen citroenen die je tot de laatste druppel kunt uitknijpen, zegt voorzitter Herman van Prooye. Onze primaire doelstelling is hockey spelen. We gebruiken hockey als middel om betere mensen te maken. Van Prooye verbaast zich over de oproep van de overheid dat sportclubs meer betrokkenheid met de samenleving moeten tonen. Het was de maatschappij die de sport nooit als volwaardig beschouwde, en nu zegt ze dat wíj betrokken moeten zijn. Altijd hebben wij met opgehouden handjes om geld moeten bedelen, terwijl het voor cultuur niet op kon.

Wij staan midden in de maatschappij, wij vinden het niet meer dan normaal dat een club die functie vervult. Wij zijn daar al twintig jaar mee bezig. Dat hebben we altijd stilgehouden, nu treden we ermee naar buiten. Een beetje lawaai maken kan geen kwaad.

Dat kan met een praktijkvoorbeeld worden gestaafd. Lang voor de oproep van staatssecretaris Ross-Van Dorp hield HDM een druk bezocht debat Maatschappelijke Betrokkenheid van Sportclubs, vorige maand gevolgd door een workshop. Uit de laatste bijeenkomst zijn zes hulpprojecten gedistilleerd.

Tijdens het debat hoorde HDM van de problemen waarmee de Marokkaanse voetbalclub HMC in een ander stadsdeel op bestuurlijk, organisatorisch en financieel gebied kampte. De hockeyclub ontfermde zich over de voetballers, die als tegenprestatie een dag werkzaamheden verrichten in bejaarden- en verzorgingstehuizen. Ook de gemeente heeft nu aandacht voor de noden.

Bij HDM erkent men hoe goed het leven kan zijn in de 'het kan niet op maatschappij'. En dat veel anderen niet in weelde leven. Dat komt extra tot uiting bij het zien van de grote blijdschap bij HMC als een partij sporttassen wordt afgeleverd, of 250 euro wordt geschonken uit de opbrengst van een geveild schilderij. Dan realiseer je je dat wij voor dat soort kleine dingen blasé zijn geworden, aldus Van Prooye.

mailIcon print |