*

 

Messenger-bot, weblogs en hyves jagen op jongere

door Marlise Hamaker − 14/11/06, 00:00

Nieuwe media zijn belangrijk in de verkiezingscampagne. Met internetvideo’s, weblogs en chatboxen dingen de partijen naar de gunst van de kiezer. Maar het is afwachten of dat wat uithaalt.

Mark Rutte praat dagelijks tegen de kiezer via een filmpje op de VVD-site. De kandidaat-kamerleden van de SP houden hun verhaal op de webpagina van de partij. En Wouter Bos figureert in een internetcartoon getiteld ’Wouter’s Angels’, waarin drie PvdA-Angels op zijn verzoek een koffertje JSF-geld van Balkenende afpakken, om dat vervolgens aan een verzorgingstehuis te geven.

Meer dan ooit speelt internet een rol in de politieke campagne. Politici gebruiken de eigen partijsite en zijn te vinden op het onder jongeren populaire vriendennetwerk hyves.nl. Meer dan honderd politici hebben een eigen hyve, een soort weblog met daarop foto’s en video’s. De site telt inmiddels zoveel politieke leden dat er een aparte verkiezingspagina is gestart.

„We bereiken er meer dan twee miljoen jongeren”, zegt Jack de Vries, spindoctor van CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende. „Daar kan geen krant tegenop. Internet is heel belangrijk in de politieke campagne, meer dan voorgaande jaren. Voor veel mensen is het zelfs de belangrijkste informatiebron. We hebben al vroeg besloten dat internet een speerpunt zou worden.”

Dat is aardig gelukt. Het CDA heeft bijvoorbeeld een MSN messenger-bot, een computerprogramma dat zich voordoet als een man met de naam Harmen Groen. Wie Groen toevoegt aan zijn chatbox van MSN kan zo vragen stellen over het CDA-verkiezingsprogramma. Chatten met een computerprogramma dus. In de virtuele wereld op secondlife.com – waar ruim 1,3 miljoen mensen wereldwijd een tweede leven leiden – deelt een virtuele versie van CDA’er Ad Koppejan folders uit, net als kandidaten van D66, SP en VVD. En 22 CDA’ers hebben een eigen hyve, onder wie lijsttrekker Balkenende. De premier is veruit de populairste lijsttrekker op Hyves, met meer dan 48.000 ’vrienden’ – iedereen kan zich bij een hyver aanmelden als ’vriend’. Wouter Bos heeft er ruim 24.000, Femke Halsema iets meer dan 3700.

Indrukkende cijfers, maar het is de vraag of al die internetactiviteiten wat opleveren, stelt adviseur communicatie en strategie Jacques Monasch. Hij zat achter verschillende verkiezingscampagnes van de PvdA en schreef er een boek over. Tegenwoordig is hij onafhankelijk adviseur en niet betrokken bij een van de campagnes. „Politici hebben internet vooral nodig om te laten zien dat ze modern zijn. Als ze er niks mee doen, kan het tegen ze gaan werken. Een politicus kan onmogelijk debatteren over technologische vernieuwing als hij niets met internet doet. Maar als ik campagneleider was, zou ik nog altijd mijn geld op televisie zetten.” Volgens Monasch is televisie ’de heilige graal’ in de politieke campagne. „De zwevende kiezer zapt. Dus op tv moet je de grote slag slaan.”

Sommige partijen richten zich te veel op internet, vindt Monasch. De VVD bijvoorbeeld, die dagelijks lijsttrekker Rutte via internet in beeld brengt met het zogenoemde ’Ontbijtje met Rutte’. „Daar heeft de VVD veel te veel van verwacht. Vroeger hield die partij iedere ochtend een persconferentie waarmee ze de campagne deels wist te bepalen.” Met het ontbijt van Rutte probeert de VVD hetzelfde te bereiken, denkt Monasch. „Maar dat lukt totaal niet.”

Bovendien is internet een gevaarlijk medium, stelt hij. „Op internet maken politici eerder een uitglijder. Iedereen kan een webfilmpje maken: een interview doen en dat op internet zetten. Voor je het weet, is zoiets nieuws.”

Zoals vorige week met Wouter Bos gebeurde toen hij zich uitsprak voor een coalitie van PvdA, VVD en GroenLinks. Het filmpje waarin hij dat zei was onderdeel van ’Bos on Tour’, een videorubriek op pvda.nl. „Hij was even zijn concentratie kwijt en moest vervolgens een dag lang uitleggen dat het een grapje was. Dat is ontzettend schadelijk voor de campagne.”

Door internet ontstaat soms verwarring over de context van een uitspraak, reageert Remco Dolstra, hoofd voorlichting van de PvdA. „Het filmpje was gekscherend bedoeld. Maar als je het vervolgens terugziet in de reguliere media is dat niet meer te zien. We hebben ervan geleerd.”

Het risico van internet zit veel meer in de oncontroleerbaarheid, zoals Dolstra het noemt. Zo circuleerde onlangs een valse brief van het PvdA-bestuur op internetfora waarin beledigend gesproken werd over de Turkse gemeenschap. „Het kostte heel veel moeite om die nepbrief van het web te halen. Dat is lastiger om mee om te gaan dan een grapje van Wouter Bos.”

De PvdA kiest zelf vooral voor vrolijkheid op internet, bijvoorbeeld met de cartoon ’The A-Team’, gebaseerd op de vroegere tv-serie, waarin PvdA’ers criminaliteit bestrijden en discriminatie aanpakken. „Maar het is niet alleen vertier en lol wat we op internet doen. Het meeste op de site is heel serieus. En een beetje grappig.” De PvdA doet „álles om mensen te bereiken, en dan met name mensen buiten onze eigen groep. Vroeger trokken we het land in en debatteerden we in zaaltjes met vijftig PvdA-leden. Nu nemen we die leden mee de straat op om te folderen. En op internet gaan we het debat aan. We doen allebei, want met internet alleen red je het niet.”

Lijsttrekker Bos gebruikt daarom ook oude media op een nieuwe manier. Samen met Balkenende en Rutte was hij een dag hoofdredacteur van de Telegraaf. Premier Balkenende doet deze week hetzelfde bij showrubriek ’RTL Boulevard’. Een optreden waar de PvdA wel voor gevraagd had willen worden, zegt Dolstra. „Je spreekt daar een nieuwe doelgroep aan. En ook al doe je daar andere dingen dan anders, je kan altijd iets van je ideeën laten zien. Als Wouter Bos gevraagd was, hadden we dat zeker overwogen.”

Daar denken ze bij de ChristenUnie anders over. „Boulevard is een showprogramma, politiek is geen show”, vindt Henk van Rhee, campagneleider van de ChristenUnie. „Het lijkt me belangrijk om daar geen verwarring over te laten ontstaan.” Lijsttrekker André Rouvoet zit binnenkort zelf in spelletjesprogramma ’Lingo’– „maar dat gaat nog ergens over”– en heeft ook een eigen hyve. Verder voert de partij een redelijk traditionele campagne. Partijleden delen op straat folders en zakdoekjes uit: voor wie wil huilen om de afgelopen kabinetsperiode. „Dat soort acties slaat aan. Internet is voor ons te vluchtig. Je ziet er een leuk filmpje en je vergeet het weer. Onze potentiële kiezers willen liever gewoon een folder lezen, dus die staat ook op de site. Het werkt, we doen het goed in de peilingen.”

Wel heeft de ChristenUnie een eigen rap, gemaakt op initiatief van EO-presentator Arie Boomsma. De site stemrou.nl, waar het nummer op staat, heeft al meer dan 700.000 bezoekers gehad, zegt Van Rhee. „Jongeren vinden het leuk, voor die groep werkt de rap. Maar de meeste kiezers willen ons op straat zien.”

Van Rhee vindt dat de campagne tot nu te veel over de poppetjes gaat, en te weinig over de inhoud. „Al die sites, en filmpjes en dingetjes zorgen voor chaos bij de kiezer. Politici moeten inhoudelijk met elkaar discussiëren. Dat is waar de kiezer op zit te wachten.”

Maar de politiek gaat tegenwoordig nou eenmaal om de poppetjes, weet onafhankelijk adviseur Monasch. „Net als in Amerika. De campagne draait om de personen, daar ligt het accent.” Internet is bij uitstek de plek om een politicus als persoonlijkheid neer te zetten, met politieke weblogs vol privé-foto’s en andere weinig politieke zaken. „Het is dé plaats waar je jongeren binnen kan halen. Iedere campagneleider weet dat wie jongeren nu aan zich kan binden, de toekomst heeft.”

mailIcon print |