Vijf jaar geleden leidde de bevrijding van de hoofdstad Kaboel tot optimisme over de toekomst van het door 23 jaar oorlog geteisterde Afghanistan. Intussen zijn de taliban terug, vallen weer dagelijks doden en stokt de wederopbouw. Kan het tij nog worden gekeerd?
’We hebben een moeilijk en donker verleden achter ons gelaten, en vandaag openen we een nieuw hoofdstuk in onze geschiedenis.” De net aangetreden president Hamid Karzai blaakt in zijn inaugurele rede eind 2004 van hoop en optimisme. Afghanistan heeft dan net zijn eerste oefening in democratie achter de rug. De presidentsverkiezingen zijn gladjes verlopen, met weinig geweld en een indrukwekkende opkomst van zo’n 70 procent. Niet slecht voor een land zo onherbergzaam dat soms ezels moeten worden ingezet om de stembussen op tijd in de stemlokalen te krijgen.
Inmiddels zijn er nog maar weinig optimistische Afghanen te vinden. Velen hebben vijf jaar nadat de moslim-extremistische talibanbeweging door een coalitie van Amerikaanse en Afghaanse troepen uit Kaboel werd verjaagd, hun levensstandaard niet wezenlijk zien verbeteren. De Afghanen vragen zich af wat de democratie hen heeft opgeleverd en wat de regering heeft gedaan met de miljarden aan donorgeld.
Het malaisegevoel wordt aangewakkerd door de gevechten in het zuiden en oosten, waar radicale strijders aan een opmars bezig zijn. Volgens een recent rapport voeren zij nu maandelijks vier keer zoveel aanvallen uit als vorig jaar, en zijn er dit jaar al 3700 doden gevallen, van wie 1000 burgers. Ook de met het geweld verbonden opiumproductie is weer op recordhoogte. Wederopbouw in het zuiden en oosten van Afghanistan is onder deze omstandigheden vrijwel onmogelijk.
De beelden van dolblije Afghaanse mannen die in 2001 na het nieuws van de nederlaag van de taliban massaal naar de plaatselijke barbier snelden om hun baard te laten afscheren, zijn door de huidige problemen alweer bijna vergeten. Net als de Afghaanse jongetjes die snel vliegertjes in elkaar knutselden om na zes jaar dictatuur eindelijk weer eens ongedwongen te kunnen spelen, zonder het risico op een pak slaag van een talib. De meeste van deze jongetjes zitten nu op school, net als een aanzienlijk deel van de meisjes die dat onder de taliban niet mochten. De afgelopen jaren zijn er veel scholen opgeknapt en bijgebouwd. Volgens de Afghaanse overheid zijn er nu zes miljoen schoolkinderen, van wie 35 procent meisjes. En hoewel volgens de meeste rapporten de positie van de vrouw nog bepaald niet rooskleurig is, is er wel vooruitgang geboekt.
Ook zijn wegen aangelegd en worden politiemensen en militairen opgeleid, maar dat gaat moeizaam. Rekruten zijn moeilijk te vinden door het gevaar en de lage salarissen – velen houden het na een tijdje voor gezien. Het leger telt 30.000 militairen; veel minder dan de geplande 70.000. Ook de hervorming van het niet of nauwelijks functionerende justitieapparaat verloopt traag. Na veel aandringen verving Karzai pas dit jaar de ultraconservatieve opperrechter Shinwari van het Afghaanse Hooggerechtshof.
Op papier ligt de democratische ontwikkeling, zoals afgesproken op de Bonn-conferentie van eind 2001, redelijk op schema. Afghanistan kreeg vorig jaar een gekozen parlement, maar de opkomst was met ruim 50 procent veel lager. Dat er nogal wat krijgsheren kandidaat stonden, vergrootte het vertrouwen in de democratie bepaald niet. Een aantal van hen zit nu in het parlement, en botst daar voortdurend met progressievere leden.
Veel Afghanen houden Karzai daar verantwoordelijk voor. Tijdens zijn inaugurele rede beloofde hij opnieuw met de krijgsheren af te rekenen, maar daar is weinig van terechtgekomen. Sommigen kregen van Karzai zelfs belangrijke posten. Onlangs verving hij dertien hoge politiefunctionarissen door anderen, die volgens critici slechter gekwalificeerd waren, of ronduit boeven.
Buitenlandse diplomaten in Kaboel zijn verbijsterd door dit soort beslissingen. De man die de lieveling was van de internationale gemeenschap en op wie de Afghanen al hun hoop hadden gevestigd, wordt er nu door velen van beschuldigd dat hij zijn beloftes niet nakomt en een zwak en inconsistent beleid voert.
„Niets dat hij beloofd heeft, is bewaarheid geworden”, vertolkte Ahmad Fahim Hakim, vice-voorzitter van de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie, in augustus tegen de New York Times de gevoelens van veel Afghanen en van diplomaten in Kaboel. Volgens hem ’kookt het onder de oppervlakte’.
Karzai dreigt steeds verder vermalen te worden tussen zijn buitenlandse bondgenoten en de Afghaanse etnische groepen, de tribale leiders en de krijgsheren. Volgens Joanna Nathan, analiste van de denktank International Crisis Group ICG in Kaboel, komt dat doordat hij en zijn bondgenoten hebben gekozen voor een beleid van coƶptatie: compromissen sluiten met alle partijen om de vrede te bewaren.
„Hij is niet het soort man die mensen tegen zich in het harnas wil jagen”, zegt Nathan. „Hij heeft een belangrijke rol als verenigende figuur omdat hij met veel partijen kan opschieten. Maar de Afghanen zijn ongelooflijk teleurgesteld dat hij zijn belofte om met de krijgsheren af te rekenen, niet is nagekomen. Ook is er een groeiende tendens om zaken te beslissen zonder het parlement of lokale raden te raadplegen. Karzai heeft gefaald bij het uitvoeren van het mandaat voor verandering dat hem door het volk is gegeven.”
„Hij hangt te veel aan de touwtjes van Washington”, vindt Jorrit Kamminga, hoofd onderzoek en beleid van de Europese denktank Senlis Council. „Maar het is niet de persoon Karzai die fout is, want ik denk dat hij, een in het Westen geschoolde Afghaan, echt betrokken is bij zijn land. Een opvolger zou precies dezelfde kritiek krijgen. Deze regering is niet onafhankelijk, en zolang de VS daar blijven, zul je een relatief zwakke president zien.”
Dubieuze benoemingen zijn niet het enige probleem waar Karzai mee worstelt. Ook de bloeiende papaverteelt, de zwakke economie die voor de helft zwart is, de steeds corruptere overheidsdienaren en de opstand in het zuiden worden hem direct aangerekend.
De vraag is of het tij nog te keren is in Afghanistan. Zowel ICG als de Senlis Council denkt van wel, maar de zandloper raakt snel leeg. Kamminga: „We zitten nu niet meer in een post-conflictsituatie, maar in een conflictsituatie, en we moeten eerst terug naar het startpunt van 2002, toen de omstandigheden voor veranderingen gunstig waren. Het verlies van de steun van de Afghaanse bevolking staat nu centraal.”
De Senlis Council, die veldonderzoek doet in Zuid-Afghanistan, ziet de oplossing voor het zuiden nu eerst in het geven van noodhulp om het gebrek aan eerste levensbehoeften te lenigen. „De strijders in het zuiden bestaan voor 10 tot 15 procent uit talibs en voor 80 procent uit jonge mannen die niks te doen hebben. De taliban zijn een product van de slechte situatie. Het is geen ideologische strijd maar een gelegenheidsoffensief dat gerund wordt vanuit Pakistan”, aldus Kamminga.
De hearts and minds-campagne (’hoofden en harten’) zal pas werken als er genoeg onderdak, voedsel en medicijnen zijn in het arme zuiden, stelt de Senlis Council, die vindt dat de Navo samen met de internationale gemeenschap moet zorgen dat er voedsel wordt uitgedeeld, desnoods door militairen zelf. „Daarvoor moet misschien hun mandaat worden aangepast, maar daar zal de internationale gemeenschap een oplossing voor moeten zoeken”, vindt Kamminga. „Als je met voedsel komt, dan helpen de mensen je, dan zullen ze je waarschuwen als er strijders in de buurt zijn en kun je beginnen aan het opbouwen van een goede relatie met de burgerbevolking. Er zijn nu misschien zes maanden om die eerste stap te doen, waarbij je ook moet laten zien dat die hulp via Kaboel komt.”
Nathan denkt dat de prioriteiten beter moet worden gekozen. „Vijf jaar na de val van de taliban zou de discussie in Afghanistan moeten gaan over de opbouw van de instituties, zoals een robuuste politiemacht, functionerende rechtbanken en werkbare provinciale raden. De gevechten in het zuiden zijn een allerlaatste waarschuwing aan het adres van de internationale gemeenschap, dat daar nu eindelijk eens werk van gemaakt moet worden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.