Van dertien opgesloten mijnwerkers in West Virginia zijn er twaalf dood en een levend gevonden. De familie kreeg het eerst andersom te horen.
Van de mijnwerkers was niets meer vernomen sinds een explosie maandag een gang deels deed instorten. Dinsdag werd een dodelijk niveau van koolmonoxide gemeten door een naar de gang geboord gat.
Nadat reddingsploegen zich door de versperring heen groeven werd eerst het lichaam van één mijnwerker gevonden en later van de andere twaalf. Van hen was er nog maar één in leven, zijn toestand was gisteravond nog kritiek. De mijnwerkers hadden de gang geblokkeerd in een poging het koolmonoxidegas bij hen weg te houden.
Na de vondst van de lichamen ontstond een tragisch misverstand: reddingswerkers meldden dat ze twaalf mensen hadden gevonden en 'die controleerden op levenstekenen''. In het crisiscentrum werd dat door sommigen begrepen als 'levend gevonden'. Via mobiele telefoons bereikte dat nieuws vrijwel meteen de familie van de vermiste mijnwerkers, die bijeen zaten in de kerk van het plaatsje Sago, waar de mijn ligt. De vreugde was groot, de klok van de kerk werd uitbundig geluid.
Pas enkele uren later kwam de directeur van de mijn een einde maken aan de vreugde. Hij hield het bij een korte mededeling, zei Nick Helms, de zoon van een omgekomen mijnwerker. Geen excuus of wat ook. Hij was meteen weer weg.
Daarna brak een pandemonium los in de kerk, waarbij zelfs gevochten werd. De staatspolitie van Virginia bracht een ME-eenheid in gereedheid bij de kerk. Gourverneur Joe Manchin van West Virginia, die zelf eerder over de goede afloop had verteld voor tientallen tv-camera's, zei dat hij nooit zoiets hartverscheurends had meegemaakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.