*

 

27 januari 2006 Op het strand van IJmuiden spoelen veel schelpen aan

Henk van Halm − 27/01/06, 00:00

die je zelden vindt op plaatsen waar zandsuppletie wordt toegepast.

Boormosselen bijvoorbeeld, zoals de ruwe boormossel in het midden van de foto. En zeeboontjes, de witte skeletjes van kleine zee-egels, witte rondjes met een gaatje in het midden, niet groter dan een ouderwets dubbeltje. Tussen het schelpgruis liggen de kleppen van strandschelpen, mossel, zaagje en venusschelp. Slakkenhuisjes van tepelhoorn, wenteltrapje en alikruik zijn ook gewoon.

Je vindt ook tepelhoorns met bruin aangroeisel, dat ruw aanvoelt door een groot aantal gegroefde en getande stekels: zeerasp, een kolonie van witte poliepen. De poliepen zitten vooral op schelpen die bewoond zijn door heremietkreeften. Zeerasp bouwt het huisje verder uit als het te klein wordt voor de kolonie. De kreeft profiteert daarvan: hij hoeft niet te verhuizen, omdat zijn woning te klein is geworden.

Veel vogels consumeren wat aan eetbaars aanspoelt. Meeuwen zijn er altijd en in de winter ook drieteentjes, 's winters grijze strandlopertjes die meer lijken te rollen dan te hollen over het strand en snel kleine diertjes wegpikken die de uitlopende golven aanspoelen.

De grote lijster zingt luidkeels in de bossen, tuinen en parken op de hoge gronden, bij voorkeur bij slecht weer. Zijn gezang herinnert aan dat van de merel en soms aan dat van de zanglijster, maar is trager en klinkt wat melancholiek.

Al een paar dagen zingt een zanglijster uit volle borst in een buurttuin. Geen lentebode, maar een overwinteraar, die het niet kan laten.

mailIcon print |