*

 

Op internet wordt te veel getetterd

door Gerrit van den Berg − 05/09/06, 00:00

Veel politieke discussies op internet lijken eerder een kakofonie dan een gezond debat. Sommige sites proberen hier verandering in te brengen door spelregels in te voeren en kwaliteit te waarborgen. Met een miljoen bezoekers is de website Opendemocracy.net het bewijs dat een debat op internet van zeer hoog niveau kan zijn.

De oorlog in Libanon was nog maar net een dag oud toen de discussie losbarstte. Een Britse professor in vredesstudies opende het debat. Een voormalige adviseur van de Amerikaanse president Clinton en een Joodse hoogleraar uit Haifa wisselden standpunten uit. Journalisten en academici uit Turkije, Pakistan en Frankrijk brachten eigen analyses. De bekende auteur John Le Carré meldde zich ook en mopperde op de ’misleide zeloten’ die deze oorlog hadden aangericht.

Opendemocracy.net is een van de weinige websites op internet waar academici, experts, politici en burgers vanuit de hele wereld discussiëren over het laatste nieuws. Deze website vierde onlangs haar vijfde verjaardag en heeft in die periode een reputatie opgebouwd van open, gedegen debat waarbij de meest uiteenlopende standpunten aan bod komen.

„Het grote voordeel van sites als Opendemocracy is dat ze ’gemodereerd’ zijn”, legt internetsocioloog Jan van Dijk uit. Teksten worden vooraf bekeken; alleen zinnige bijdragen worden geplaatst. Volgens Van Dijk heerste er op internet aanvankelijk het misverstand dat een open discussie zonder enige leiding moet plaatsvinden. Dat leidde tot de chaos die op duizenden discussiesites nog elke dag zichtbaar is. „Mensen voelen zich niet betrokken bij een discussie. Er ontstaat chaos of ordinaire scheldpartijen, en vaak bloedt het dood. Het is dan een legitieme keus om te kiezen voor een paneldiscussie zoals Opendemocracy doet.”

Theo Veenkamp, de voormalige directeur van de strategische denktank van het ministerie van justitie, is ook al vol lof over Opendemocracy. „Een paar jaar geleden schreef ik met anderen een opiniestuk over migratie naar Europa. Het werd gepubliceerd op Opendemocracy als begin van een discussie.” Academici en experts vanuit de hele wereld en met de meest uiteenlopende achtergronden en standpunten, droegen bij aan het debat. „Als je een staalkaart wilt van alle mogelijke meningen in het debat over migratie, hoef je maar naar deze discussie op Opendemocracy te kijken. Het debat was van zeer hoog niveau.”

De kracht van deze site is volgens Veenkamp de goede reputatie. Daarom zijn mensen bereid om belangeloos mee te werken. Alleen de redactie krijgt betaald; de schrijvers van de stukken niet. De auteurs vinden het simpelweg van belang om mee te doen aan het publieke debat.

Deze reputatie is waarschijnlijk ook de reden dat de politicoloog Francis Fukuyama meewerkte aan een symposium over zijn werk. Enkele jaren geleden lanceerde hij, in een beroemd geworden boek, de stelling dat de geschiedenis op zijn einde loopt. Daarmee bedoelde hij dat de ideologische strijd in de wereld gewonnen was door de westerse, liberale democratie. Het enige wat nog gebeuren moest, was de verspreiding van de democratie. Dat was voor 11 september en de oorlog in Irak.

Op Opendemocracy publiceerde Fukuyama onlangs het nieuwe nawoord van zijn boek. Met enkele nuanceringen bleef hij bij zijn oorspronkelijke visie. Deskundigen vanuit de hele wereld leverden kritiek op zijn analyse en op elkaar. Islamdeskundigen, filosofen, politicologen, antropologen en andere experts waren maanden verwikkeld in een intens debat dat door honderdduizenden geïnteresseerden werd gevolgd.

„Wij willen een onafhankelijke bron van analyse van de actualiteit zijn”, legt de nieuwe hoofdredacteur van Opendemocracy, Tony Curzon, uit. „Ons doel is om een wereldwijd debat tussen intellectuelen en experts op gang te brengen. Momenteel zijn er ongeveer 1500 deskundigen die deelnemen aan het door de redactie geleide debat. Wij vragen of ze willen schrijven over een bepaald onderwerp, of ze bieden zelf iets aan.”

Volgens Curzon schrijft Opendemocracy voor een nieuwe ’samenleving van burgers’. „We hebben nu ongeveer een miljoen vaste lezers vanuit alle continenten. Het zijn in politiek geïnteresseerde mensen die onze basisidealen delen. Wij denken dat de wereld democratie en open debat nodig heeft, en dat dit alleen mogelijk is door de idealen van de Verlichting uit te dragen. Opendemocracy is daarmee niet neutraal, maar onze discussie staat open voor iedereen met een gefundeerde mening.”

Internet heeft in veel opzichten niet voldaan aan de verwachtingen die optimisten aanvankelijk hadden, stelt de Nederlandse mediasocioloog Peter Vasterman. „De discussie is vaak nauwelijks een discussie, maar eerder een echokamer. Mensen zoeken op internet vooral groepen op die het met hen eens zijn.”

Anderen sluiten zich bij hem aan. Politicoloog Jos de Beus wijst op de vele onderzoeken die concluderen dat het debat op internet weinig diepgaand is. „Veel discussies zijn vooral nationaal, en worden vooral gevoerd onder gelijkgezinden. De discussie is dan niet confronterend; eerder het tegendeel.”

Docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam Luc Fransen gebruikt de discussies die op Opendemocracy gevoerd worden soms in zijn colleges. „Op internet kunnen academici onmiddellijk inspringen op de actualiteit. Tijdschriften bieden ook opinie en debat, vaak zelfs diepgaander, maar dat debat verloopt veel trager.”

Dankzij internet is het makkelijker om informatie en opinies uit te wisselen. Het grootste probleem is volgens Fransen dat het web nog altijd te verdeeld is en dat veel wereldbewoners niet eens toegang hebben tot internet. „Er is een markt voor de nieuwe, serieuze discussiefora”, zegt mediasocioloog Jan van Dijk. „Vooral mensen die geïnteresseerd zijn in politiek, volgen het debat nu nog alleen in kranten en tijdschriften.” Van Dijk pleit al jaren voor sites waar het debat meer gereguleerd wordt. Volgens hem zijn er op internet meer regels nodig dan in het gewone leven omdat de sociale druk om je normaal te gedragen, ontbreekt. „Niemand kan deze regels echter opleggen op internet. Dat is onmogelijk. Op internet wordt elke manier van debat en discussie aangeboden, en alleen de gebruikers bepalen wat populair wordt.”

Opendemocracy is slechts een van de sites die worstelt met een goede manier om te discussiëren op internet. Enkele andere sites hebben er ook voor gekozen om hun artikelen te laten schrijven door een selecte groep deskundigen. Dat is voor Opendemocracy echter niet het ideaal. „Op onze site is ook een totaal open gedeelte”, legt hoofdredacteur Tony Curzon uit. „Daar kan iedereen zijn mening spuien en er is geen controle of redactie. Het niveau van de inzendingen is daar echter wel lager. Het is hetzelfde dilemma als bij een ’gewoon’ debat: hoeveel ruimte geef je aan vragen en opmerkingen uit de zaal, die soms minder of niet relevant zijn?”

Theo Veenkamp is over de open variant van debat ook minder enthousiast. „Na de moord op Theo van Gogh schreef ik voor Opendemocracy een stuk over het klimaat in Nederland. Dat artikel werd opengesteld voor reacties vanuit het algemene publiek. Daar zaten echt hele rare reacties bij. Op een gegeven moment ben ik gestopt met reageren. Het leek meer op een uitlaatklep dan op een serieuze discussie.”

Volgens Veenkamp kan internet een grote toegevoegde waarde hebben naast traditionele media zoals kranten en tijdschriften. Er is dan wel een eindredactie nodig die het debat kan leiden. „Het is een misverstand dat een goed debat uit zichzelf ontstaat.”

mailIcon print |