Waar laat een boer zijn dode dieren? Die laat hij ophalen door de vrachtwagens van Rendac uit Son, monopolist in verwerking van kadavers en dierlijk afval. Maar dat monopolie ligt onder vuur.
,,Kunnen we de destructie niet anders regelen?”, vraagt Harm Evert Waalkens, kamerlid voor de PvdA, zich af. En hij is niet de enige politicus. Ook zijn VVD-collega Oplaat zit op die lijn en minister Veerman onderzoekt al een tijdje de mogelijkheden voor meer concurrentie. Want de tucht van de markt, leidt tot betere kwaliteit en lagere prijzen, is de Haagse mantra.
Het Rendac-monopolie floreert bovendien met financiële steun van de overheid. ,,Ieder jaar betaalt de overheid een fiks bedrag voor de verwijdering en verwerking van kadavers”, zegt Waalkens. Hoeveel precies? Hij zou het niet weten. Zelfs de ambtenaren die hij het vroeg, bleven het antwoord schuldig. ,,Maar stel dat het twintig, dertig of veertig miljoen euro jaarlijks is; voor zulke grote sommen geld zijn er alternatieven te bedenken”.
Rendac bevindt zich in een ’redelijk comfortabele positie’, analyseert Waalkens. ,,Het is een private onderneming waarvan het monopolie in feite in de Destructiewet is verankerd. Nieuwe toetreders moeten het bedrijf zelfs schadeloosstellen voor gemiste omzet.”Â
Rendac – met dochters in Duitsland en België – is bovendien onderdeel van het VION-vleesconsortium, een van de grootste agrarische onderneming van Nederland en met een jaaromzet van ruim zeven miljard euro niet bepaald armlastig. ,,De winst van Rendac verdwijnt dus in de zakken van Vion.”Â
Nu begrijpt Waalkens wel hoe het zover heeft kunnen komen: de destructiewet stelt harde eisen aan de afvoer en verwerking van kadavers, uit oogpunt van milieu- en hygiëne. ,,Maar nu heeft zich dat vertaald in een luxe positie van een particuliere onderneming. Elders in Europa zijn meer destructiebedrijven actief.”Â
Directeur Sjors Beerendonk van Rendac kijkt ervan op dat Waalkens noch de Haagse ambtenaren weten hoeveel zijn bedrijf ontvangt van de overheid. ,,Dat staat in ons jaarrapport: vorig jaar was dat 12,8 miljoen, dit jaar 12,3.” Die hele vergoeding is afgestemd op ’de werkelijke kosten –jaarlijks vastgesteld door accountants – van zijn bedrijf, zegt Beerendonk. ,,Wij hebben immers een overeenkomst met de overheid die ons in staat stelt de werkelijke kosten van de destructie in rekening te brengen, bij boer en rijk.”Â
Natuurlijk, erkent Beerendonk, zijn bedrijf floreert bij gedwongen winkelnering. Boeren zijn immers verplicht hun dode vee bij Rendac aan te bieden, klagen ze vaak; het geldende tarief moeten ze dus gewoon slikken. En die kadavertarieven zijn niet mals. ,,Maar het is de minister die de tarieven vaststelt”, werpt Beerendonk tegen. Het huidige destructiesysteem is volgens hem juist ’zeer uitgebalanceerd’. ,,Als men zegt ’dat monopolie kan niet meer’, dan valt het hele systeem in elkaar.” De overheid raakt dan de controle op de tarieven kwijt, boeren moeten de werkelijke destructiekosten gaan betalen.
,,Wij zijn helemaal niet tegen vrije marktwerking. Maar nu nog wordt ieder kadaver, van Texel tot Maastricht opgehaald en verwerkt. Is dat ook zo als bedrijven met winstdoelstelling zich op deze markt storten? Of blijft dood vee dan liggen omdat de boerderij ’uit de route’ is?”Â
En natuurlijk, zijn bedrijf verdient geld. ,,Wij zijn daarvoor voortdurend op zoek hoe het beter kan. Maar aan de bijdrage van de overheid verdienen we niks.”Â
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.