*

 

’Ik kan bij mijn vmbo-leerlingen niet aankomen met Spinoza’

door Hanne Obbink − 18/10/06, 00:00

De meeste onderwerpen uit de canon van Nederland staan al in basisschoolboekjes, zeggen docenten geschiedenis. Tot ander onderwijs zal het dus niet leiden. Het knelpunt ligt niet op de scholen zelf, maar op de lerarenopleidingen.

Daar wordt te weinig geschiedenis gegeven, zegt Maria Boersen, zelf docente geschiedenis aan de pabo in Haarlem. Daar komt bij dat pabo-studenten steeds vaker uit het middelbaar beroepsonderwijs afkomstig zijn. „Die studenten komen al binnen zonder veel vakinhoudelijke kennis.”

De canon bevat vijftig personen en gebeurtenissen die elk kind al op de basisschool moet leren kennen en die in het voortgezet onderwijs opnieuw aan de orde moeten komen. Maar ook daar doet hetzelfde knelpunt zich voor, zegt Arie Wilschut, geschiedenisdidacticus aan de Hogeschool van Amsterdam. De canon schiet dus zijn doel voorbij. Want leraren die nu van de opleiding komen, zijn nauwelijks voldoende onderlegd om goed geschiedenisonderwijs te geven. „Als we dat verbeteren, is er meer gewonnen dan met deze canon”, aldus Wilschut.

Hij is sowieso niet enthousiast over de canon. Dat die een lijst met onderwerpen aanbeveelt, vindt hij ’geen punt’. Maar de canoncommissie oppert daarnaast dat die vijftig onderwerpen de vensters openen op veel meer. Daarmee tuigt ze haar lijst op tot een didactische aanpak, zegt Wilschut en dat zal niet werken. „De onderwerpen zijn lukraak gekozen. Er zit geen systeem in. Het is voor leerlingen heel moeilijk iets te leren waar geen systeem in zit.”

Zo afwijzend wordt er niet overal in het onderwijs gereageerd. „Hoe meer mensen met geschiedenis bezig zijn, hoe beter”, zegt Erik Kamerbeek, docent geschiedenis aan het Utrechts Stedelijk Gymnasium. De canon brengt zijn vak onder de aandacht en dat is prima. Hij is ook best bereid die canon te vergelijken met de onderwerpen waarover hijzelf les geeft. „Maar is Annie M.G. Schmidt nu echt belangrijk?”

Soortgelijke reacties vallen in vele toonaarden op te tekenen. Aan de meeste onderwerpen uit de canon wordt al aandacht besteed. En als dat niet zo is, zal die canon daar niets aan veranderen. „Ik kan bij vmbo-leerlingen niet aankomen met Spinoza”, zegt Jan Bruin van het Petrus Canisiuscollege in Alkmaar. „Filosofie ligt voor hen al gauw boven de boomgrens.” Astrid Hooyberg van de Amsterdamse basisschool Oscar Carré is niet van plan Srebrenica op het lesprogramma te zetten. „Te bloederig. Die klantjes gaan dan zelf op internet de beelden erbij zoeken.”

In het basisonderwijs speelt nog een ander probleem: tijdgebrek. Volgens de canoncommissie moet juist daar het fundament gelegd worden, met drie uur les voor elk van de vijftig onderwerpen. Niet reëel, luidt alom het oordeel. „Elke keer wordt er weer iets nieuws bij ons op het bordje gelegd”, zucht Jan Herfkens van de Gabriëlschool in Putten. „Wij doen al veel aan geschiedenis. Ik ga echt dat lijstje niet afvinken.”

mailIcon print |