Een moeder die haar zoon verloor door de Schipholbrand, wil hem volgende week herdenken op de plaats waar hij is gestorven. Met Surinaamse rituelen. „Pas dan heb ik rust.”
Voor het ongeluk geboren voelt de Surinaamse Gladys Toekaja (51) zich. Het was mei 2000 en Gladys bezocht met man en dochter vrienden in Enschede. Nog geen kwartier waren ze binnen, of het huis stond in brand. „We zagen de dood in de ogen”, vertelt ze. „Overal bloedende mensen op straat.”
Thuis in Almere hoorden ze pas van het ontplofte vuurwerkbedrijf en de slachtoffers. Amper hersteld van de trauma’s van de vuurwerkramp, stortte de Schipholbrand haar opnieuw in rouw. Dit keer dieper. Haar zoon, Robert Arah, 32 jaar, stikte en verbrandde in de nacht van 26 op 27 oktober in zijn cel op Schiphol-Oost.
Gladys wist dat haar zoon daar zat, maar niemand kon haar de eerste dagen vertellen of hij nog leefde. Pas na vijf dagen kwam er bezoek van justitie. „Maar toen wist ik het al”, zegt ze. „Ik hoorde Robert die nacht ervoor in mijn slaap tegen me praten. ’Zo ga je me herkennen. Ik ben verbrand, zo zie ik nu eruit’. Ik zag zijn lichaam een paar dagen later. Het klopte precies.”
Gladys kwam 19 jaar geleden naar Nederland, maar Robert, toen 13, bleef in Suriname bij zijn oma. Tijdens een vakantie in Nederland leerde hij zijn Ghanese vriendin kennen, met wie hij een kind kreeg. Sindsdien vocht Robert voor een verblijf in Nederland. Hij gebruikte valse namen, zat drie keer in vreemdelingenbewaring, maar kwam steeds terug naar zijn vriendin in Amsterdam. „Ze kregen zijn papieren gewoon niet rond”, zegt Gladys.
Robert Arah is begraven in Suriname. Gladys heeft het graf een paar keer bezocht, maar ze vindt er geen rust, zegt ze. „Wij Surinamers hebben tradities. Hij is op Schiphol-Oost gestorven; daar zweeft zijn geest nu. Die dwaalt. Die moet weg.”
Je rouwt een jaar om een overledene, legt ze uit. „Je moet je rustig houden, niet feesten. Die rouwperiode sluiten we af met rituelen. Mijn man Stanley stamt af van de Indianen, hij weet hoe dat moet. Pas dan kunnen we verder. Mijn dochter Charrisa ziet steeds Roberts verbrande gezicht. Dat moet stoppen.”
De herdenking moet volgende week in de nacht van donderdag op vrijdag plaatsvinden, precies een jaar na de brand en precies op de plek waar hij is gestorven. Binnen de hekken van het cellencomplex, tussen zwartgeblakerde muren. Begin deze week schreef Gladys een brief aan minister Hirsch Ballin met haar wens. „Als ze bij Justitie geen gevoel hebben, weigeren ze. Maar als ze zelf kinderen hebben, dan mag het vast.” Ze wacht nog op antwoord.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.