*

 

Een paar uur slapen achter een gordijn

door Gijs Moes − 20/09/06, 00:00

Uitbuiting en onderbetaling zijn voor Chinese textielarbeidsters dagelijkse realiteit. Voor verbetering van hun lot zijn ze afhankelijk van de westerse consument.

Meisjes van soms veertien, vijftien jaar, die meer dan twaalf uur per dag in warme en stoffige ruimtes achter de naaimachine zitten en ’s nachts op de zolder van de fabriek een paar uur kunnen slapen achter een gordijn. Dat is het beeld uit de documentaire ’China Blue’, die nu in de bioscopen draait.

Jenny Chan en Yuk Yuk Choi kennen de miserabele omstandigheden in de Chinese fabrieken goed. Beide vrouwen, 29 en 27 jaar en in het dagelijks leven actief in de strijd voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden in China, zijn op bezoek in Nederland, op uitnodiging van de Schone Kleren Kampagne.

Hier vragen zij aandacht voor het lot van honderden miljoenen van hun landgenoten, ter gelegenheid van de vertoning van ’China Blue’. „De fabriek in die film is typisch voor het huidige China”, zegt Chan. Choi somt de kenmerken op: „Lange werktijden, een heel laag salaris, geen sociale zekerheid, geen vaste baan en veel overwerk. En als de zaken even wat minder gaan, kun je zo ontslagen worden.”

„De gezondheid van de vrouwen lijdt onder dit werk”, zegt Choi. Zij houdt zich in de delta van de Parelrivier, het industriële hart van Zuid-China, bezig met het organiseren van de jonge vrouwen die van het platteland zijn gekomen. Als de vrouwen een ongeluk krijgen, wat veel voorkomt, kunnen ze nergens op terugvallen.

Ook Chan, die voor een netwerk van studenten en activisten werkt in Hongkong, kent de druk waaronder deze vrouwen staan. „Sommige meisjes hebben nachtmerries en liggen ’s nachts te schreeuwen.” Chan heeft dat zelf meegemaakt, toen ze in 2004 twee weken in een elektronicafabriek meedraaide.

„De fabrieken hebben jonge meisjes nodig”, zegt Chan. „ Ze kunnen lang en heel precies werken, want ze hebben nog goede ogen. Als ze niet snel en precies genoeg werken, worden ze weer ontslagen.”

Toch biedt het werk in de fabrieken ook de kans om te ontsnappen aan een armoedig bestaan op het Chinese platteland. „Ik heb daar ambivalente gevoelens over”, zegt Chan. „Die meisjes willen zelf naar de stad, dat is hun droom.” Choi erkent dat de meisjes zelfstandig worden door naar de stad te trekken. „Maar ze moeten wel gerespecteerd worden als mens.”

Consumenten in het Westen kunnen hun steentje bijdragen door bewust te kopen, zegt Chan. „De mensen hier kunnen in de winkel vragen: waar komen deze kleren vandaan?” Choi doet een beroep op het geweten van de westerse consument. „Als mensen alleen maar goedkope kleren willen, dragen ze verantwoordelijkheid voor het lijden daar. De wereld is één, we moeten voor elkaar zorgen.”

mailIcon print |