Zonder religieuze beleving geen religie - misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Henk Bakker.
Wat voor een religieuze belevenis hebt u gehad?
“Ik zie mijn hele leven als één oneindige religieuze ervaring. Vanaf 10 mei 1940 voel ik een band met God die nooit meer is weggegaan. Ik zat die morgen op een hek bij ons huis en hoorde in de verte de bruggen over het kanaal en de Vecht bij Hardenberg ontploffen. De oorlog was een feit en ik was woedend over de invasie van de Duitsers. Ik kon ineens niets anders dan bidden, zonder woorden. Het gaf me het gevoel van overgave.
Vanaf toen ben ik met God in gesprek gebleven. Ik vroeg Hem steeds om raad en Hij dacht met me mee.
Mijn belangstelling voor het geloof was begonnen in de vijfde en zesde klas van de lagere school. Daar werd iedere week een zendingsverhaal voorgelezen. Vanaf toen wist ik dat ik zendeling wilde worden. Toen ik in 1941 mijn mulodiploma had, heb ik een brief naar de zendingsschool in Oegstgeest gestuurd. Op haar advies ben ik doorgegaan naar de hbs.
Na de bevrijding liftte ik met een Amerikaans militair konvooi naar Oegstgeest. Daar heb ik een gesprek gehad met dr. Fokkema. Hij raadde me aan oorlogsvrijwilliger te worden. In augustus 1945 voer ik met de Nieuw Amsterdam naar Malakka.
Op Java kwam ik als militair verpleger in een polikliniek terecht. Er waren veel verwaarloosde zieken. Ik heb daar keihard gewerkt, ik kon gewoon niet moe worden. Al trok de medische kant me al snel meer dan de theologische, toch bleef ik al die tijd in gesprek met God.
Ik zag dat Hij mijn weg had uitgestippeld zoals ik dat graag wilde. Dat ik er zelfs een meisje ontmoette, waarmee ik in 1949 getrouwd ben, zag ik als bewijs daarvan.“
Ging het ook zo voorspoedig met de verspreiding van Gods Woord?
“Op advies van Fokkema begon ik in Bandoeng aan een studie voor de zending en ik vond werk om dat te bekostigen. Het ging allemaal heel mooi, niets stond de vervulling van mijn plannen in de weg. Totdat ik me van de ene op de andere dag moest melden om mee te doen met de eerste politionele actie.
Ik vertrok met een konvooi richting Semarang. De driekwarttonner waarop ik een plaatsje had gevonden, stortte onderweg in een ravijn. Ik liep een whiplash en een hersenschudding op. Daar is toen niets aan gedaan - het werk liet dat niet toe. Tot ik vanwege de vele klachten uiteindelijk in 1949 naar Nederland terug moest.
Tijdens de politionele acties wandelde ik op een dag in Cirebon. Ik kwam in het paleis van de sultan terecht. Hij bleek in Leiden gestudeerd te hebben. Drie uur lang hebben we over godsdienst gepraat.
Hij stelde dat moslims en christenen dezelfde God hebben, en dat was precies wat ook ik eigenlijk vond. In mijn schoonfamilie zaten verschillende moslims, en gemengde huwelijken werden er normaal gevonden. Ik zag steeds minder grond voor zending. De christelijke gemeenschap floreerde er meer dan in Nederland. Wellicht was het beter dat christenen uit Indonesië zending zouden gaan bedrijven in Holland.
De mensen in Indonesië gaan anders met God om dan wij. Beter. Soms zat ik met mijn zwager in de sloppenwijken van Jakarta, waar hij woonde, en dan zag ik hoe hij gelukkig was met niets. En ik met hem. Daar voelde ik me net als iedereen dankbaar voor wat je krijgt, en voelde ik Gods leiding.
Christenen in Nederland kijken elkaar al snel niet meer aan als ze theologisch van verschillende richtingen zijn. Ik heb me daar altijd ver van gehouden. Ik voel God gewoon in mij. Dat is heel sterk, en het is nu zelfs zo sterk geworden dat ik er geen naam meer aan wil geven. Als ik hem voel, vallen al mijn zorgen weg.“
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.