*

 

Gezinnen zijn zelf net zo verschillend als PvdA en CU

door Dorien Pels − 07/02/07, 00:00

„Het regeerakkoord op het gebied van gezinspolitiek is voor elk wat wils. En zo moet het ook zijn”, vindt Erna Hooghiemstra.

Hooghiemstra is directeur onderzoek van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie en gezin (voorheen de Gezinsraad). „Variabel, dat is ook hoe het in de praktijk gaat. Ieder gezin regelt het op zijn eigen manier. Dat moet de overheid ook mogelijk maken.”

Uit het regeerakkoord valt af te lezen dat er twee uitersten aan tafel zaten toen het over gezinszaken ging. Het resultaat: alleenstaande ouders in de bijstand hoeven de eerste zes jaar niet te solliciteren en kunnen zich geheel aan de kinderen wijden. Maar ook de kinderopvang moet met allerlei maatregelen toegankelijker worden.

Dat zoeken naar compromissen tussen de behoudender christelijke partijen en de veel progressievere PvdA is volgens Hooghiemstra nog lang niet afgelopen. „Maar dat is juist goed. Dat is namelijk ook het conflict dat nu aan de keukentafel wordt uitgevochten en ook daar sluiten mannen en vrouwen compromissen. Het stimuleert als er ook veel politieke discussie over is.”

Wel moet bij iedere maatregel gekeken worden wat de neveneffecten zijn. Zoals het plan om het recht op ouderschapsverlof te verlengen van 13 naar 26 weken. Het kabinet vindt dat mensen ’een time out moeten kunnen nemen in het spitsuur van het leven’. „Vanuit het kind gezien is dat fijn. Maar in de praktijk blijkt dat het meestal de vrouwen zijn die verlof opnemen en vervolgens achterstand oplopen in hun carrière. Daar moet je iets op bedenken.”

Een slechte zaak zou zij het vinden als het gezinsbeleid helemaal in de plaats komt van het emancipatiebeleid. Wat dat betreft zou Nederland een voorbeeld moeten nemen aan de Duitse minister voor gezinszaken. „Zij bekijkt het vraagstuk veel meer dan dit kabinet door een emancipatiebril. Dat is daar ook nodig: in Duitsland heeft de vergrijzing al meer toegeslagen dan hier dus vrouwen moeten aan het werk.”

Ook hoogleraar pedagogiek Micha de Winter is blij met de jeugd- en gezinsminister. „Maar dan moet die wel zeggenschap krijgen over het heel machtige onderwijs- en justitiebeleid. Anders bereikt hij niks.”

De Winter was nauw betrokken bij de Operatie Jong, een poging om het jeugdbeleid te verbeteren. „Ik zag dat bij ieder jongerenevenement zes ministers kwamen opdraven om hun eigen verhaal te verdedigen. Dat schiet niet op. Een minister voor jeugd- en gezinsbeleid kan die verkokering doorbreken.”

Zeer te spreken is De Winter over het plan van de toekomstige minister om alle schoolgaande jongeren drie maanden een maatschappelijke stage aan te bieden. „Dat is al jaren een punt van discussie, laten we het nu gewoon maar gaan doen. Volgens mij is het heel goed voor de ontwikkeling van jongeren.”

mailIcon print |