Twee ministers in het kabinet Balkenende-IV krijgen een fonkelnieuwe portefeuille. Integratie en wonen en Jeugd- en gezinsbeleid worden uithangborden voor de nieuwe prioriteiten in politiek Den Haag.
De koppeling, in het vorige kabinet, van het integratiebeleid voor minderheden aan het vreemdelingenbeleid, werd meerdere partijen in de Kamer in de loop van de kabinetsperiode steeds meer een doorn in het oog. Ook bij het CDA.
In de formatie hoefde dan ook weinig tijd en energie gestoken te worden in de beslissing om – zoals het in politiek Den Haag heet – tot een meer positieve insteek te komen voor het integratiebeleid. Integratie en wonen zijn direct met elkaar verbonden in de grootscheepse aanval die dit kabinet wenst te ondernemen tegen verdere verloedering van de achterstandswijken in een aantal grote steden. Het overkoepelende begrip dat daarvoor wordt gekozen in het regeerakkoord is sociale samenhang.
Voor dat beleid trekt het nieuwe kabinet maar liefst 2,5 miljard euro uit voor de komende vier jaar. Integratiebeleid zelf krijgt daarvan tweehonderd miljoen euro, maar de nieuwe minister kan vooral geld uitgeven aan kinderopvang (zevenhonderd miljoen euro) en investeringen in de achterstandswijken (vierhonderd miljoen). Dit staat dan nog eens los van de miljoen die uitgetrokken wordt om meer huizen te bouwen. En los van de vermogensoverschotten die de woningbouwcorporaties hebben beloofd in te zetten om wonen in saneringswijken weer aantrekkelijk te maken.
De minister wordt een uithangbord voor een nieuwe benadering, die lijkt op de minister van sociale vernieuwing (in de persoon van Ien Dales), die het derde kabinet-Lubbers instelde. Voor Balkenende-IV is te hopen dat die vergelijking niet al te vaak gemaakt wordt. Van sociale vernieuwing is na het derde kabinet-Lubbers niets meer vernomen.
De aparte minister voor jeugd- en gezinsbeleid behoorde bij eerdere formaties al tot de mogelijkheden. Dat deze aparte minister er nu uiteindelijk komt, heeft zeker te maken met de deelname van de ChristenUnie aan de coalitie.
In koopkrachttabellen, de afgelopen jaren, kwamen gezinnen er steevast bekaaid af. Koopkracht mag dan een verantwoordelijkheid zijn van de minister van sociale zaken, de nieuwe minister van jeugd- en gezinsbeleid zal zich er mee willen bemoeien.
De instelling van de twee nieuwe ministersportefeuilles roept sowieso de vraag op of de taken wel goed zijn afgebakend. De twee zullen ambtenaren van gevestigde ministeries onder zich krijgen, die wellicht ook loyaliteit zullen voelen naar hun ’traditionele’ baas.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.