Drie linkse presidenten in Latijns-Amerika beloofden het volk een nieuwe grondwet. Evo Morales leert daarbij zijn grenzen kennen, Hugo Chávez zondag misschien ook.
”Ik hou ervan als een vrouw ’ja’ tegen me zegt”, lachte Hugo Chávez tegen een menigte van wel vijfduizend Venezolaansen. En hij zong een liedje voor hen. Alles voor de grondwet.
Terwijl Venezuela afwacht of Chávez’ nieuwe grondwet het zondag redt in het referendum, begint Ecuador vandaag aan het herschrijven van zijn eigen grondwet. Een regeringsvorm met een sterke president, maar ook de mogelijkheid om politici tussentijds af te zetten, moet dat land meer stabiliteit geven dan de afgelopen tien jaar. Ecuador versleet in die tijd acht presidenten. De laatste, de linkse Ráfael Correa, kan rekenen op 80 van de 130 stemmen in de grondwetgevende vergadering.
Daar kan Evo Morales van Bolivia dan weer jaloers op zijn. De eerste president van het land die uit de Indiaanse meerderheid afkomstig is, heeft ook een meerderheid in zijn eigen grondwetgevende vergadering. Maar niet de tweederde, nodig om in alles zijn zin te krijgen. In zijn pogingen om die zin door te zetten, dreigt hij zijn land in tweeën te scheuren.
Een beetje linkse president herschrijft de spelregels, zo lijkt het in het politiek van kleur verschoten Latijns-Amerika. Maar wat na de verkiezing zo gemakkelijk leek, kan verzanden in politiek touwtrekken.
In Bolivia was dat te verwachten. Morales vertegenwoordigt de lang onderdrukte Indiaanse bevolkingsgroep. Voor de Indianen zelf, doorgaans arme bewoners van de hooglanden, wil dat zeggen dat hij hun eindelijk verworven invloed op het landsbestuur definitief moet maken. Bij de inwoners van het welvarender laagland wekt dat juist het verlangen naar autonomie. Het geld uit landbouw en gaswinning blijft dan tenminste bij degenen die het altijd al kregen.
Lang blokkeerde de oppositie alle besluitvorming, maar afgelopen weekeinde werd toch een basisontwerp van de grondwet aangenomen. Daarop lag gisteren het openbare leven in zes van de negen regio’s van Bolivia stil. De algemene staking werd geleid door de regionale gouverneurs en de burgemeesters.
Ook voor Hugo Chávez in Venezuela doemen problemen op voor de nieuwe grondwet. Die voorziet onder andere in het inrichten van het landsbestuur op basis van buurtcomités, net zoals dat in Cuba gaat. Maar ook dan staat aan het hoofd van het land natuurlijk een krachtige president, die onbeperkt herkozen kan worden, in voorkomende gevallen de burgerrechten kan opschorten en de media mag censureren.
Voorlopig is dat dus Chávez, vorig jaar nog met grote meerderheid herkozen. Onder de arme Venezolanen is hij populair dankzij allerlei uit olie-inkomsten betaalde maatregelen die hun bestaan verbeteren. Maar in de peilingen voor het referendum over de grondwet heeft hij die ruime meerderheid niet, en in sommige staat het ’ja’ zelfs op een lichte achterstand.
Dat neemt de president persoonlijk op: „Wie zegt dat hij Chávez steunt, maar ’nee’ stemt, is een verrader, een echte verrader”, zei hij op een campagne-bijeenkomst.
In Ecuador zijn de problemen van de collega’s nuttig lesmateriaal voor Ráfael Correa. Een president die het bestuur wil hervormen, kan maar beter zorgen dat hij door de grootst mogelijke meerderheid vertrouwd wordt. Of hij moet wel heel goed bij stem zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.