*

 

Zeestraat scheidt China en Taiwan niet, zij verbindt ze

Tjalling Halbertsma − 08/09/07, 00:00

Een spiksplinternieuw museum in de Chinese stad Quanzhou, letterlijk op schootsafstand van Taiwan, moet wetenschappelijk aantonen dat Taiwan onlosmakelijk met China is verbonden.

Het nieuwe Taiwan-Fujian museum in Quanzhou heeft een expositiecentrum op een schaal die menig nationaal museum doet verbleken. Dat het museum een politieke boodschap heeft, wordt al bij de ingang duidelijk. Er is geen kaartjesverkoop en de toegang is vrij. En dat is ongebruikelijk in een land waar reguliere musea entreegelden niet graag willen mislopen. Opmerkelijk: er zijn meer mensen op het museumplein te vinden dan in de enorme expositieruimtes. Het moet gezegd worden, de museumtuin is van aangename bloemenprieeltjes voorzien en op het plein is het voor de plaatselijke jeugd goed skeeleren.

„We weten het allemaal wel,” verzucht een zeventienjarig meisje dat op de eindeloze museumtrappen zit uit te rusten. „Het is toch iedere keer hetzelfde liedje.”

Dat liedje begint in China met het benadrukken dat Taiwan en het Chinese vasteland onherroepelijk met elkaar verbonden zijn. Waar menig eiland door een zeestraat van het vasteland wordt gescheiden, wijst het museum er juist op ’dat Taiwan door de Straat van Taiwan met het Chinese vasteland wordt verbonden’. De gedeelde oorsprong zou zich ook uitdrukken in taal, etniciteit, cultuur en andere zaken die Taiwan en Zuid-China gemeen hebben.

De werkelijkheid is complexer. Het klimaat in de Chinese kustprovincie Fujian en in Taiwan mag dan wel hetzelfde zijn, de oorspronkelijk bewoners van de kustprovincie en het eilandje zijn dat allerminst. In Taiwan hebben die meer gemeen met de eilandbewoners van Micronesiƫ en Polynesiƫ dan met de Han-Chinese bevolking op het vasteland. Ook de oorspronkelijke eilandcultuur onderscheidt hen van de Han-Chinezen.

Peking lijkt dat te bevestigen door de oorspronkelijke bevolking van Taiwan onder de Chinese verzamelnaam Gaoshan als minderheidsgroep te erkennen. Een status die Peking ook aan de Tibetanen, Oeigoeren en Mongolen toekent, en die de etnische diversiteit van China moet benadrukken.

De Han-Chinese migratie naar Taiwan kwam pas in de zeventiende eeuw echt op gang en de banden tussen de Chinezen op het eiland en in de daar tegenover gelegen kustprovincie Fujian stammen dus uit een recent verleden.

De oorspronkelijke bevolking is simpelweg onder de voet gelopen door zeventiende-eeuwse immigranten en door de nationalisten, toen die halverwege de twintigste eeuw voor de communisten naar Taiwan uitweken.

Behalve recente Han-Chinese familiebanden zijn het inmiddels voornamelijk economische belangen die de Zuid-Chinese kustprovincie met Taiwan verbinden. Taiwanese ondernemers hebben de laatste jaren enorm in Fujian geïnvesteerd. Analisten wijzen er op dat Taiwan zich om economische redenen geen afscheiding van China kan veroorloven. Economische samenwerking maakt dan ook een belangrijk deel uit van Pekings Taiwan-beleid. In en rond Quanzhou is dat maar al te goed te zien. De warenhuizen exploiteren Taiwanese winkelformules en Taiwanese fabrieken zorgen er voor werkgelegenheid.

„Uiteindelijk werken we hier allemaal voor Taiwanese bazen,” vat een werknemer van een Taiwanese noedel-bar de economie van Quanzhou samen.

mailIcon print |