*

 

Provoceren voor een schone sport

Rob Velthuis − 17/11/07, 00:00

Dick Pound leidt vandaag voor het laatst een congres van het Wereldantidopingagentschap. Tot opluchting van velen treedt de provocateur en dopingbestrijder terug.

Het is Dick Pound (65) ten voeten uit. Vlak voor zijn afscheid als directeur van het Wereldantidopingagentschap (Wada) gaf hij voormalig IOC- voorzitter Juan Antonio Samaranch een trap na.

Pound verfoeit een halfzachte opstelling in de strijd tegen doping. Samaranch heeft volgens de Canadees in de 21 jaar waarin hij het Internationaal Olympisch Comité regeerde nooit iets tegen het gebruik van dope ondernomen.

O ironie, het was Samaranch die Dick Pound in 1999 als directeur van het Wada aanstelde. Hij stond daarbij na omkoopschandalen met de rug tegen de muur, dat wel.

Pound was destijds vice-voorzitter van het IOC en zou twee jaar later de verkiezing voor het hoogste ambt van de huidige preses Jacques Rogge verliezen. Hij was vóór zijn aanstelling slechts éénmaal, en op curieuze wijze, direct met doping in aanraking gekomen.

Dat was in 1988 bij het eerste grote dopingschandaal in de olympische sport, dat van de Canadese sprinter Ben Johnson. Als IOC-lid moest Pound mede beslissen over Johnsons ontkroning als olympisch kampioen op de 100 meter. Als advocaat had hij de verdediging van de zondaar op zich genomen. In zijn naïviteit geloofde Pound diens aanvankelijke ontkenningen.

Die houding veranderde 180 graden toen Pound directeur van het Wada werd. Weinig liet de Canadees na in zijn kruistocht tegen het grootste bedrog in de sport. Daarmee dwong Pound onder fervente dopingjagers respect af, maar zijn rechtlijnigheid en ondiplomatieke uitspraken maakten hem controversieel.

Vele malen werd met rechtszaken tegen hem geschermd, hij werd zelfs met de dood bedreigd. Alleen zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong kreeg het voor elkaar dat Pound van het IOC een berisping kreeg wegens smaad. De Amerikaan had zijn aftreden als voorzitter van het Wada en als IOC-lid geëist. Pound zegt geen seconde wakker te hebben gelegen van de oppositie. „Als je kijkt naar waar de kritiek vandaan komt, zie je waar de problemen zijn.”

Een van de verwijten aan de advocaat uit Montreal was, dat hij sporters als dopingdelinquenten beschouwde zolang het tegendeel niet was bewezen. De strijd van internationale sportfederaties nam hij nauwelijks serieus. „Doping verdwijnt niet als we elkaars hand vasthouden en zen-geluiden maken.”

De provocatie is voor Pound hét wapen om de aandacht op het probleem gevestigd te houden. In ontkenningen van betrapte sporters geloofde hij niet, zijn reacties daarop druipen van het cynisme.

Toen Tourwinnaar Floyd Landis na de bij hem gevonden verhouding testosteron en epitestosteron (11 tegen 1) de kwaliteit van de controles in twijfel trok, zei Pound: „Met zulke waarden zou je denken dat hij elke maagd binnen 100 mijl zou aanranden.”

Dat cynisme is er ook als Pound het beleid van sportfederaties op de korrel neemt: „Wielerofficials zijn niet in staat een druppel water in de oceaan te vinden.”

De Nederlander Hein Verbruggen, de oud-voorzitter van de internationale wielerunie UCI die vindt dat het Wada te veel macht heeft, kan zich groen en geel ergeren aan dit soort uitvergrotingen. Het zal Pound een zorg zijn. In een wereld waarin hij aan alle kanten wordt belazerd, kan hij slechts met scherp terugschieten. Dat Verbruggen hem als verwijt ’sheriff uit het wilde westen’ noemt, vindt hij vreemd. „Hij vergeet dat de sheriff de good guy is die de bad guys vangt.”

De dopingpraktijken in het wielrennen lagen ten grondslag aan de oprichting van het Wada. Na de Festina-affaire tijdens de Tour de France van 1998 kon niemand meer om het probleem heen. Tot die tijd werd een positief geval beschouwd als een schande voor de sport. Pound boog dat uitgangspunt om: elke gevallen ster is een overwinning.

De wijze waarop het Wada de afgelopen acht jaar is uitgegroeid tot toonaangevende instantie, is verbazingwekkend. Dat vindt zelfs Pound. Hij slaagde erin met een miljoenensubsidie van de overheden een geharmoniseerd dopingbeleid, een wereldantidopingcode en de door 66 landen ondertekende Unesco-conventie erdoor te krijgen.

Zelfs binnen de van dope doordrenkte Amerikaanse profsporten heeft hij zijn invloed doen gelden. Hij is gehaat binnen die kringen, maar kreeg een gewillig oor bij de Amerikaanse overheid en sportfans. Vooral omdat de wereldwijde dopingmarkt volgens Interpol de handel in marihuana, heroïne en cocaïne heeft overstegen.

Pound werd aanklager en rechter in één persoon genoemd, velen zijn opgelucht nu hij vertrekt. Mogelijk zien ze hem terug als voorzitter van het Hof van Arbitrage voor de sport. Het is een functie die Pound begeert, maar hij is realist genoeg te beseffen dat hij daarvoor misschien te veel om zich heen heeft geschopt.

mailIcon print |