Het treinen is er de laatste decennia niet beter op geworden. Het beloofde krantje, croissantje en kopje koffie is een illusie gebleken. Een stopcontact voor mijn laptopje zit niet in de trein, laat staan draadloos internet. Wat er wel in zit op het moment dat ik dit schrijf is regen, want die spettert via de slecht sluitende ramen vrolijk op mijn computer.
Ontspannend is het al lang niet meer in de trein. Ik erger me inmiddels groen en geel. Onlangs zat ik in een trein die langzaam ging rijden omdat we ’achter een goederentrein zitten’. En, ja hoor, exact op het moment dat ik uit mijn vertraagde trein stapte reed de aansluiting aan de overzijde van het perron weg. Sympathiek. De volgende trein stond nog wat langer en vaker stil onderweg: gezellige voetbalfans hadden aan de noodrem getrokken.
Als iets de samenleving heeft ontwricht is het dat de ene na de andere collectieve (lees: gezamenlijke) voorziening is uitgehold, afgebroken, geïndividualiseerd, opgedeeld, aan de markt overgedaan en zo voorts. Openbaar vervoer, zorg en sociale zekerheid zijn aan de beurt geweest. Het wachten is op onderwijs, de brandweer, de politie en de rechter en dan kunnen we het hele begrip samenleving aan de wilgen hangen.
De aankondiging van verkeersminister Eurlings dat hij de trein gaat stimuleren is de druppel die mijn emmer laat overlopen. Géén van de maatregelen heeft als doel om de spoorwegen beter te laten functioneren. Het gaat er zo te zien vooral om om nog meer mensen in die gammele voorziening te duwen. Nou, mijn plekje mag Eurlings hebben. Ik koop er een auto bij. Vaarwel, trein!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.