Ik weet eigenlijk weinig van geweld. Ik bedoel hiermee fysiek geweld dat men zelf ondergaat, in welke omstandigheden dan ook. Ik ben wel eens bedreigd, zowel op straat als via de elektronische weg. In het eerste geval was mijn bovenmodale gedaante, plus een wat vastberaden en ongeschokte blik voldoende om het opgewonden standje te laten afdruipen. In het tweede geval kon met schouderophalen en het goed hanteren van de deleteknop een snelle remedie worden gevonden. Zelf heb ik geweld nooit toegepast. Nou, nooit: op mijn veertiende heb ik wel eens een schoolkameraadje een vuistslag verkocht. De reden daarvoor weet ik niet meer. Wat me wel is bijgebleven is de schaamte. Ik zag die jongen naar achteren vallen en tegen de grond smakken. Ik zie nog de uitdrukking van pijn en verbazing op zijn gezicht. Zijn gelaat droeg gelukkig geen sporen van mijn stoot en hij hield er geen letsel aan over. Wel heeft die jongen mij een half jaar achtervolgd met zijn verwijten: ik was gek, zei hij. Een geweldenaar. Het was meteen mijn laatste ervaring als vechtersbaas. Nooit deel uitgemaakt van een (politieke) knokploeg in mijn studententijd, nooit achter inheemse bevolking aangejaagd in een koloniaal leger. Wat ik van die stomp in het gezicht van mijn klasgenoot heb geleerd, is dat geweld niet per se zichtbaar aan de buitenkant moet zijn om diepe sporen achter te laten. Die jongen heeft er maanden mee gezeten. Ik had in zijn binnenste iets aan het wankelen gebracht. Dit resulteerde bij hem in boosheid en onzekerheid. Sommigen in mijn vriendenkring vonden dit overdreven. Ik, als schuldbewuste auteur van die vuistslag, niet. Dit land heeft in een korte tijdspanne een aantal ernstige precedenten gekend als het om politiek en religieus geweld gaat. Een politicus werd vijf jaar geleden met geweld omgebracht. Twee jaar later liet een regisseur op een afschuwelijke manier het leven. Anderen moesten omwille van dezelfde redenen (het publiekelijk uiten van een mening die fanatici niet beviel), in het strakke korset van permanente beveiliging worden gehesen. Ik ben in deze uitzonderlijke context geneigd om ieder nieuw incident met ernst en bezorgdheid te beschouwen. Ook al draagt het slachtoffer niet de kwetsuren die op de lijken van Fortuyn en Van Gogh werden waargenomen. Ook al uit het slachtoffer zich fors, overdreven en legt hij zijn kwetsbare overgevoeligheid voor ieder ander bloot. De verkrachting van zijn waardigheid via georkestreerde intimidatie, vuistslagen en trappen is de echte kern van het debat. Dit komt binnen die vijf donkere jaren niet zomaar uit de hemel vallen en verdient een diepgaande analyse en publieke discussie. De kwaadaardige geesten die op de ernst van letsel van slachtoffers proberen af te dingen, begrijpen niets van de fase waarin we beland zijn. Een fase waarin waarden als vrijheid en democratie in het geding zijn. De publicist moet ervoor waken dat hij zich niet de houding van een geslepen en calculerende kruidenier aanmeet, die zijn klanten week in week uit knollen voor citroenen probeert te verkopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.