*

 

Ze weten alles van je, ook al ken je hen zelf niet

Door: redactie − 04/09/07, 00:00

Vlak voor haar oogoperatie krijgt de dartele vijfentachtigjarige een brief, handgeschreven. Een kantje, vrouwenhandschrift, ondertekend met M. In haar stoel voor het raam, waar het licht het best is, leest ze de aanhef. ’Hey lieffie’.

De oogoperatie moet nog komen, ze leest onverstoorbaar door. De briefschrijfster is naar Parijs geweest. Heeft alle Franse marktjes afgestruind en ’belachelijk veel geshopt’. De vijfentachtigjarige begrijpt nu dat M. niet een van haar vriendinnen is. Die zijn allen nogal ondernemend, maar wel tegen de negentig en niet meer zo bezig met hun garderobe. M. is vast een van de kleindochters. Die heeft pas haar rijbewijs gehaald en is zo te lezen nu op auto’s gericht, want ze heeft in Parijs een Twingo gezien, de auto die haar grootmoeder ook rijdt. Er is een nieuw model en die kun je winnen. Ideetje?

Toch is de vijfentachtigjarige verbaasd. Kleindochter praat nooit over auto’s, in ieder geval niet met grootmoeder. M., wie dat ook maar is, heeft foto’s gemaakt van de nieuwe Twingo, en stuurt die mee. „Veel leuker dan zo’n suf kaartje, toch?” schrijft ze. De vijfentachtigjarige valt van de ene verbazing in de andere. Zijn kaartjes suf? Met haar verjaardag staat de tafel altijd helemaal vol met kaartjes. Het kunnen er haar nooit genoeg zijn.

Wie is die M.? Misschien toch iemand anders? Toch moet het iemand zijn die haar kent, anders weet die M. niet in welke auto ze rijdt.

De volgende zin is nog vreemder. „Wanneer gaan we weer een drankje doen?” stelt de briefschrijfster voor. En „Ik ben echt benieuwd naar je”. En ook belooft ze te mailen als haar internet het weer doet. Maar de vijfentachtigjarige weigert al jaren, zoals iedereen weet, een internetaansluiting.

Wie is M.?

Ze gaat nog een keer haar uitgebreide kring van vriendinnen, kennissen, bridgepartners, kinderen van vrienden en kinderen van buren af. Zit daar een M. tussen die weet in welke auto ze rijdt ? Nogmaals bekijkt ze de enveloppe. Dat kan niet missen, de brief is aan haar geadresseerd. Met een echte postzegel en een postcode van de afzender achterop: 1119 PD, 275.

Het laat haar niet los en als een van haar zoons op bezoek komt laat ze de brief zien. De zoon begint te lachen: „Moeder, dat is reclame van Renault.”

Nu ziet ze dat de brief is voorgedrukt. Ze is voor de gek gehouden. Hoe langer ze erover denkt, hoe bozer ze wordt en zoonlief met haar. Hij belt naar Renault en krijgt een medewerker aan de lijn die zegt dat het reclamebureau de zaak verkeerd heeft aangepakt. De brief heeft tot veel irritatie geleid en zelfs tot ruzies tussen echtparen. Want wie was die M. met wie de vrouw een drankje ging doen: Michiel, Martin, Mark, die deed alsof hij een vrouw was die in Parijs met allemaal tassen in zijn hand een foto probeerde te maken, zoals vrouwen op reclamefilmpjes doen? „Fout van het reclamebureau?” briest de zoon. „Dat bureau is toch door jullie ingehuurd? Of heeft Renault de zaak zo weinig in de hand dat ze zelfs niets meer te zeggen heeft over de eigen campagne?”

De vijfentachtigjarige kijkt uit het raam naar haar karretje. Je moet van een auto op aan kunnen, dat is toch het minste.

Ze kijkt nog eens naar de brief.

M. Iemand die niet bestaat en die toch van alles van je weet.

mailIcon print |