Daders van kindermishandeling moeten meer dan nu strafrechtelijk worden aangepakt.
Dat zegt de Rotterdamse hoofdofficier van justitie Henk Korvinus. Hij signaleert dat zijn parket zowel in 2005 als vorig jaar nauwelijks zaken van kindermishandeling kreeg te verwerken. „En bij die paar zaken was helaas sprake van een voor het kind fatale of bijna fatale afloop”, zegt Korvinus. „Aan de zaken die uiteindelijk bij ons terechtkomen is heel veel ellende voorafgegaan.”
Het Advies- en Meldcentrum Kindermishandeling (AMK) in Rijnmond krijgt jaarlijks rond 1000 meldingen. „Hiervan komt een minimumaantal voor de strafrechter”, aldus de hoofdofficier. „Gemeten naar de enorme hoeveelheid meldingen bij de hulpverlening moet dat gat kleiner. Iedere klap die we zo kunnen voorkomen is ons, en de betrokken kinderen, veel waard. Daders moeten beseffen dat er andere mogelijkheden van communicatie zijn dan alleen met de handen.”
Het openbaar ministerie in Rotterdam praat inmiddels met artsenorganisaties, het onderwijs en de GGD over een ’adequater’ melden, óók bij politie en justitie. De dood van het in stukken gesneden en in de rivier gegooide Maasmeisje, afgelopen zomer, heeft volgens Korvinus in dat kader een ’gigareactie’ teweeggebracht. „De strekking is dat het zo niet goed gaat. Nu is het moment om een doorbraak te forceren en via de wijkagent een voet tussen de deur te krijgen. Ik vermoed dat binnen de hulpverlening te vaak is gedacht dat zij het probleem zelf kan oplossen. Maar wij dienen allemaal hetzelfde doel.”
Hulpverleners die hebben verzuimd melding te maken, kunnen rekenen op een reactie van het OM. De discussie moet er in elk geval leiden tot uitwisseling van informatie. „Zo is dat ook met de veelplegers gegaan. Pas toen alle betrokken instanties bereid waren om de tafel te gaan zitten, kwam er een oplossing”, zegt Korvinus.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.