*

 

Voor de jongens van de straat

Perdiep Ramesar − 08/09/07, 00:00

Bas Vos, oud-huisarts en voormalig bedrijvendokter, is in oktober een jaar directeur bij de Taxi Centrale Amsterdam. Binnen het jaar had hij de bijna failliete TCA weer op de rails.

Bas Vos (68) was op zijn veertigste al binnen. Dus voor het geld hoefde de oud-huisarts de Taxi Centrale Amsterdam (TCA) niet te redden. Het waren meer de liefde voor de zaak – hij was zelf ooit chauffeur voor de Amsterdamse centrale – en een grote liefde voor de ’jongens van de straat’ die hem motiveerden zich voor deze klus op te werpen.

Vos geldt als avonturier, een Macher die van de detailhandelsvereniging Detam, warenhuis Hema, supermarktbedrijf Unigro en de Landelijke Huisartsen Vereniging weer een succes maakte.

Nu doet hij zijn herstelwerk bij de Amsterdamse taxicentrale. „De chauffeurs leven per rit. Dat is hun geld, dat is hun brood. Ik ken dat gevoel. Ik weet hoe het werkt, omdat ik zelf ook taxi heb gereden. Je moet niet aan hun auto zitten, dat is hun leven. Omdat ik dat weet, heeft een deel van de TCA-chauffeurs mij gevraagd om de rotzooi die de vorige directie achterliet, op te ruimen. Die jongens vertrouwen mij”, zegt Vos.

„De chauffeurs waren ten einde raad. Ze trokken me letterlijk aan mijn jasje om ze te helpen. Die underdogpositie van de chauffeurs trok me aan en voerde me mee.”

De nieuwe directeur vertelt zijn verhaal in zijn immense kantoor, dat hij bescheiden inrichtte. Een vurenhouten bureau, vurenhouten vergadertafel en een eveneens vurenhouten computermeubel met bijbehorende stoelen. Er hangt niets aan de muur. Praktisch en efficiënt, alleen aanschaffen wat nodig is. „Meer is ballast die je weer moet verantwoorden.”

De vorige directie dacht daar anders over. Voormalig directeur Dick Grijpink reed in een geleaste Mercedes S-klasse ter waarde van 120.000 euro, terwijl de kas bij TCA steeds leger raakte. Op een gegeven moment bleek TCA miljoenen verlies te maken en dreigde een faillissement. Vos: „Ik rijd nog steeds in een Renaultje Kangoo, mijn eigen bestelwagen.”

Vos is van het credo ’goed voorbeeld doet goed volgen’. Als voorzitter van GroenLinks in Maarssen heeft hij, zegt hij, een ’groen en sociaal hart’. Zo ondertekende hij begin dit jaar een verklaring waarin hij met vijftien andere rijke burgers aangaf dat hij een deel van zijn geld graag wil afstaan om daarmee de zwakkeren te helpen. En zo maakt hij zich ook zorgen om het milieu, reden waarom hij zich inzet om alle taxi’s op aardgas te laten rijden. „Desnoods zet ik zelf een eigen aardgaspomp neer.”

Vos is een contrastrijk man: uiterlijk doet hij niet onder voor de gemiddelde president-directeur van een multinational, met een keurig gekapte grijze haardos, pak en stropdas. Maar in gedrag blijft hij een man van de straat, met een blikje Fernandes op tafel en een plastic bekertje waar hij zoëven koffie uit dronk.

„Laten we niet vergeten dat dit een eenvoudig en simpel taxibedrijf is, al is het het grootste. TCA is geen multinational waar chique mores gelden. Een taxichauffeur moet hier gewoon zonder drempelvrees binnen kunnen lopen en op eigen typisch Amsterdamse wijze een opmerking kunnen maken. En, weest gerust, dat doen ze ook geregeld.”

Vos, geboren in 1939 in Vlaardingen, komt uit een familie waarvan de ene helft tandarts is en de andere arts. Zelf was hij eigenlijk altijd al avonturier. „Ik wilde vroeger piloot worden, maar na een ongeluk waarbij ik een halswervel brak, was ik fysiek niet meer in staat om de vliegerij in te gaan. Daarom koos ik uiteindelijk voor een studie waarbij ik aardig kon verdienen en die meteen ook goed lag bij mijn familie: tandheelkunde.”

Hij vertrok naar Groningen om te studeren. Zo vér mogelijk van huis. Zijn studie betaalde hij zelf, hij wilde niet afhankelijk zijn van zijn ouders. „Ik had een erg dominante moeder. Als ik iets deed wat haar niet zinde, kortte ze me op mijn zakgeld. Daarom wilde ik zelf mijn geld verdienen en me niet overlaten aan haar grillen.”

Die onafhankelijkheid is in hem vastgegroeid. Zodanig, dat hij het zag als een vernedering om het voor bijna failliete TCA een lening bij de bank te vragen. „Als de bank had geweigerd, zou ik zelf in TCA moeten investeren. Toen dacht ik: bekijk het dan maar lekker met die lening.”

Toen Vos afstudeerde ging hij niet door voor zijn tandartsexamen. Dat tandartsenbestaan was hem allemaal veel te ’statisch’. Hij wilde ondernemen. Even overwoog hij een studie economie, maar hij had het geduld niet om helemaal opnieuw te beginnen. Het werd geneeskunde, een studie die hij met zijn tandartsachtergrond snel kon doorlopen. Zo werd hij basisarts, een studie waarmee hij in 1966 meteen als huisarts aan de slag kon: hij begon een praktijk in het Groningse Sappemeer.

Niet voor lang. Vos, ongedurig van aard, vatte na vijf jaar begon het plan op om vrouwenarts te worden: dat kon in Amsterdam, waardoor hij in 1971 in de hoofdstad terecht kwam. Daar bleek hij pas na een jaar een opleidingsplek gynaecologie te kunnen krijgen. „Een teleurstelling, maar dat jaartje kon ik nog wel uithouden, dacht ik. Maar omdat ik niet stil kon blijven zitten werkte ik dat jaar als keuringsarts en waarnemend huisarts en in de avonden en weekenden als taxichauffeur bij de TCA.”

Dat taxibestaan had hij te danken aan een patiënt, die problemen had met zijn taxibedrijf. Die vroeg Vos of hij wilde participeren. Het avontuur trok hem wel aan, dus hij zei ja. Vos investeerde geld, maar hij wilde ook wel weten wat het werk inhield. Daarom mat hij zichzelf een Amsterdams accent aan en stapte in de taxi. „Ik slaap weinig, dus ik hield dagelijks een dagdeel over.”

Gynaecoloog is hij nooit geworden. Wel een echte handelaar. „Ik kwam erachter dat ik met mijn taxi toen nog 1700 gulden in een weekendje kon verdienen. Dat verdien je als arts niet, dus stopte ik met de artsenij. Het verdiende geld stak ik weer in andere zaakjes, zoals een nachtclub.”

Toen begon zijn carrière als bedrijvendokter. „Mijn werkwijze is net als die van een arts: nakijken, problemen inventariseren, diagnose stellen, gezond maken en daarna op naar de volgende patiënt. Ik pas me aan, aan elke organisatie. Bij de Detam was ik ondernemer, de Hema manager, de LHV huisarts en bij TCA taxichauffeur. Al die petten passen mij.”

Vos heeft naast zijn werk ook een actief bestaan. Zo is hij al jaren voorzitter van GroenLinks in Maarssen, „terwijl ik al een paar jaar geleden weer naar Amsterdam ben verhuisd, daar moet ik misschien toch maar eens mee stoppen.” Ook heeft hij drie zoons (een bankdirecteur, een specialist en een journalist) en twee kleinkinderen. En ja, hij is getrouwd, maar wil daar niet te veel over kwijt. „Ook mijn liefdesleven verliep onrustig. Vorige maand ben ik voor de vierde keer getrouwd. Met wie? Mijn echtgenote is directeur van de Amsterdamse Kamer van Koophandel, maar verder noem ik geen namen.”

mailIcon print |