Veel aandacht is besteed aan de Unie van Utrecht, gesloten op 23 januari 1579 (Trouw, 24, 25 en 26 januari). Vijf gewesten legden in dat verdrag de persoonlijke vrijheid van godsdienst en godsdienstuitoefening vast. Thans wordt die ’religieuze pacificatie’ als voorbeeld voor vandaag aangehaald. Maar woorden zijn slechts woorden. In de praktijk kwam van die godsdienstvrijheid opzettelijk niets terecht.
In 1574 had Willem van Oranje Middelburg veroverd: de monniken werden uit hun abdij verdreven. Willem maakte er zijn hoofdkwartier van, en alle kerken en kloostergebouwen werden de katholieken afgenomen. De rk godsdienst werd verboden.
Willem van Oranje had ook al een overeenkomst gesloten met de bisschop van Haarlem toen er nog Spaanse troepen in de buurt van die stad lagen. De volledige vrijheid van godsdienstuitoefening werd gegarandeerd in Haarlem, zowel voor protestanten als katholieken. Maar toen enkele jaren later de Spaanse soldaten waren teruggetrokken, zegde Willem van Oranje eenzijdig de overeenkomst op. Hij liet alle kerken en kerkelijke goederen in beslag nemen, en de Staten van Holland verboden meteen de uitoefening van de katholieke godsdienst.
In 1581, twee jaar na het afsluiten van de Unie van Utrecht, ging de stad Amsterdam vrijwillig over tot de Opstand (de stad werd dus niet op de Spanjaarden veroverd!). Meteen daarna werd een ander stadsbestuur aangesteld, dat direct alle katholieke kerken, kloosters en dergelijke in beslag liet nemen en aan de protestanten overdroeg.
In 1594 werd in de gehele provincie Groningen de katholieke eredienst verboden en ook hier weer werden de katholieken al hun kerken afgenomen.
In 1609 bij het ingaan van het Twaalfjarig Bestand waren praktisch alle gewesten die zich aangesloten hadden bij de Unie van Utrecht, bevrijd van de Spanjaarden, en onder bestuur van de Staten Generaal. Het doel van de Unie was dus bereikt (behalve dan de godsdienstvrijheid).
In 1621 werden delen van Noord-Brabant en Limburg onder bestuur van de Staten Generaal gebracht, zonder rechten voor de bewoners. Ook hier werd de katholieke godsdienst belaagd en werden kerken gevorderd. Het bekendste voorbeeld hiervan is Den Bosch. Bij de verovering van die stad door Frederik Hendrik woonden er slechts vijf protestanten. Toch moesten alle katholieke kerken afgestaan worden, ook de grote Sint Jan. Deze laatste kerk mochten de katholieken begin 19de eeuw terugkopen!
Het is moeilijk vol te houden dat de Unie van Utrecht een voorbeeld van tolerantie en godsdienstvrijheid is geweest. Eigenlijk was de Tachtigjarige Oorlog eerder een djihad tegen de katholieken dan een ’bevrijdingsoorlog’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.