Een veiling van het staalconcern Corus brengt het meeste geld in het laatje. Maar loyale werknemers krijg je er niet mee.
Als de strijd tussen het Indiase Tata Steel en het Braziliaanse staalbedrijf CSN om het toekomstige eigendom van Corus niet voor 30 januari beslecht is, dan wordt die onderneming door het Britse Takeover Panel geveild. Het haasje-over van beide partijen die gedurende maanden tegen elkaar hebben opgeboden levert zo in één finale zitting een winnaar op. Het veilen van een onderneming prikkelt de fantasie. Maar het wekt ook weerzin.
Tijdens de kijkdagen hebben belangstellenden het doek van Corus nauwkeurig, zelfs met een infrarode lamp, mogen bestuderen. Zitten er geen krassen op, is het linnen niet aangetast door de mot, draagt het wel een leesbare signatuur? Een industrieel meesterwerk is Corus volgens de kenners niet.
Dan is het moment van de veiling aangebroken. In de zaal zitten de heer Ratan Tata en de heer Steinbruch van CSN, maar ook andere belangstellenden. De medewerksters van het Takeover Panel hangen aan de lijn met andere bieders, een Russische oligarch wellicht of een Saudische prins. „Zeven miljard euro voor Corus, wie biedt er meer’’, roept de veilingmeester,
Ratan Tata steekt snel zijn kaart omhoog, gevolgd door andere heren in de zaal, en ook een van de dames aan de telefoon knikt. Geroezemoes is hoorbaar. Wie is die man in dat keurige krijtpak, een zetbaas wellicht van Thyssen-Krupp?
De veilingmeester gooit een kwart miljard op het vorige bod. De heer Steinbruch op wie alle ogen gericht zijn, blijft bewegingloos zitten. Maar zie: diezelfde dame knikt weer en ook een van haar collega’s steekt haar vinger omhoog. Zou er een durfkapitalist achter Corus aanjagen vanwege de break-up value? Of zou Mittal het biedingvuurtje heel slim opstoken?
Corus wordt uiteindelijk voor wat meer dan acht miljard euro afgehamerd. Het is net als bij veilingen van Christie’s of Sotheby’s: het is maar wat de gek er voor geven wil.
Achter in de zaal zat iemand met open kraag en bruin pak de bieding met enige weerzin te volgen. Dwaze gedachten spookten door het hoofd van de vertegenwoordiger van de Centrale Ondernemingsraad. Zijn wij, Corus, echt alleen maar een ding dat je zomaar op een veiling kunt verhandelen? Vormen wij niet ook een gemeenschap van mensen die het echt wel wat kan schelen tot wie ze behoort, sterker nog: die liever praat over mijn bedrijf? Vormen wij niet de ziel van dat bedrijf, zijn wij het niet die de kleuren van de voorstelling bepalen?
Fusies, overnames en veilingen van bedrijven: met mensen die er werken hebben ze inderdaad weinig van doen. Pas na de deal worden ze weer ontdekt, door de nieuwe eigenaar bestempeld als van onschatbare waarde voor de toekomst van het bedrijf. Behalve natuurlijk als hij aan het saneren slaat, want dan weet hij heel precies uit te rekenen wat die mensen kosten.
Na de blauwe werkkleding van Hoogovens en de rode van Corus trekken ze in IJmuiden en elders straks wellicht de groene aan van CSN. Een nieuw logo zal de bedrijfshelmen sieren. Wat maakt het uit, het werk gaat gewoon door. Maar vraag de medewerkers daar niet om loyaal te zijn, of trots, of gemotiveerd om zich tot het uiterste in te zetten voor weer een nieuwe baas met weer een nieuwe visie en strategie. Ze zullen zich ingraven in hun eigen bedrijfseenheid waarin nog sprake is van een menselijke maat en een sociale binding.
Een werkgemeenschap als lotnummer op een veiling? Veel gekker kunnen we het in Angelsaksische systeem niet maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.