*

 

Hopelijk blijven we eeuwig met Hitler bezig

door Marc van Dijk − 24/01/07, 00:00

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws? Tweewekelijks spreekt Trouws filosofisch elftal zich uit. Vandaag: Duitsland debatteert over een satirische film waarin Hitler te lollig zou overkomen, en een toneelstuk met de titel ’Heil Hitler!’. Is een dictator geen dictator meer als we om hem lachen?

’Zolang een dictator nog de politieke macht heeft, en de macht op straat, ben je nog niet van hem af, zegt Ger Groot, docent wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het oervoorbeeld is Charlie Chaplins ’The Great Dictator’ (1940). Die film was verwoestend, maar alleen buiten Duitsland.”

Humor werkt volgens Groot niet per se ondermijnend. „Een slimme dictator gaat er voorzichtig mee om. Een beetje zoals Fidel Castro. Op Cuba bestaat veel humor over het regime – en zonder veel problemen. Als je het tot op zekere hoogte toelaat, haal je een deel van de dagelijkse verontwaardiging weg, waardoor je het langer kunt uitzingen.”

„Op deze manier kan het heel lang duren voordat humor daadwerkelijk een ondermijnende kracht krijgt. De humor tapt als het ware zelf de ondermijnende kracht af die hij zou kunnen hebben. Terwijl onder een regime dat de humor aan banden legt, zoals nazi-Duitsland, de spanning zich veel meer opbouwt, en elke humoristische uiting een veel grotere betekenis krijgt.”

Volgens Groot is er in humor over Hitler sprake geweest van een kentering. „In het Derde Rijk heerste een verbod op het ridiculiseren van Hitler. Vervolgens hielden de mensen na de oorlog dat taboe in stand, maar om omgekeerde redenen. Uit respect voor de slachtoffers.”

Schrijver Harry Mulisch, eredoctor aan de Universiteit van Amsterdam, begrijpt niet waar de bezwaarden van nu zich druk om maken. Mulisch: „Ze hebben een gebrek aan fantasie. Je lacht niet om Hitler, je lacht om een man die Hitler speelt. Als hij het zelf deed, dan was de zaak ingewikkelder. Dan had hij gevoel voor humor gehad, en dan had-ie niet zulke malle dingen gedaan.”

Degenen die moeite hebben met hitlersatires vrezen dat we de historische Hitler uit het oog verliezen. „Door zo’n lullig filmpje? Dat zou die filmmaker willen. Nee, tegen Hitler kan-ie niet op.”

De Duits-Joodse regisseur Dani Levy maakt van de Führer een hulpeloze, depressieve man, waardoor met name bij jonge kijkers, als ze de verschrikkingen van het regime niet zo goed kennen, een verkeerd beeld zou kunnen ontstaan.

Mulisch: „Mensen zeggen zoiets nooit voor zichzelf. Ze betogen dat andere mensen, jonge mensen, er geweldig door beïnvloed zullen worden. Terwijl de mensen die dit vrezen, zelf de enigen zijn die door zo’n film beïnvloed worden. Ze voelen dat gevaar in zichzelf. Terwijl de jongeren zich slap lachen. Of niet.”

Waaruit bestaat de angst van de tegenstanders? Zijn ze bang om in te zien dat Hitler een mens was? „Ja, kennelijk moet hij afgeschilderd worden als een monster. Hetzelfde gold voor Eichmann. Ik was bij diens proces, en wat bleek: hij was gewoon een politieman, niet anders dan de meeste andere politiemannen. Als Hitler een monster was, hoefde je alleen maar op te passen voor monsters. Maar het linke is dat hij gewoon een mens was. Bepaalde dingen ontbraken hem, dat wel. Compassie bijvoorbeeld. Hij vond Joden en zigeuners en dat soort lui eenvoudigweg geen mensen. Dat waren ratten, die moest je uitroeien. Kwestie van hygiëne.”

Ger Groot herinnert zich het moment, nog niet eens zo lang geleden, ergens op de fiets, dat hij plotsklaps inzag dat Adolf Hitler een mens is geweest. „Het was een revelatie. Ineens vroeg ik me af hoe het geweest moet zijn om ’s ochtends op te staan als Hitler.”

Net als Mulisch acht hij het van groot belang Hitler te humaniseren. „Het is contraproductief om Hitler en de zijnen te zien als het absolute kwaad, omdat het absolute kwaad iets is wat wij niet zijn. Althans, dat vinden we zelf. Je maakt jezelf immuun voor de lessen die je eruit zou kunnen trekken. Zo word je vatbaar voor het herhalen van wat er gebeurd is.

Hitler is nog meer dan Stalin en alle andere ongewenste lieden het symbool geworden van de totale onmens. In dat opzicht leent hij zich niet zo goed voor humor. Je moet de duivel ook eerst vermenselijken om een grap over hem te kunnen maken. Maar dan is het al geen echte duivel meer. Het totale kwaad is niet leuk te krijgen.”

Hitler is de laatste jaren op meerdere fronten ’gehumaniseerd’, bijvoorbeeld in ’Der Untergang’, de film naar het boek van Joachim Fest. Groot: „Die film heeft in dit opzicht een heel belangrijke functie. Wat er op het moment in Duitsland gebeurt, is ongelofelijk interessant. Het gaat vrij snel, en het is een heel gelukkige ontwikkeling.

Plotseling proberen Duitsers ook over zichzelf weer te denken als gewone mensen, ook ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog. Het is goed dat ze inzien dat ook zij veel geleden hebben. Er ontstaat in het Duitse bewustzijn een nieuw soort van Vergangenheitsbewaltigung – mooi woord. Dat heeft te maken met het feit dat degenen die destijds verantwoordelijk waren, er niet meer zijn. De vreemde dwang tot zelfhaat begint te slijten.”

Harry Mulisch kent zelf ook de aandrang om Hitler door middel van fictie te doorgronden. In zijn roman ’Siegfried’ is Hitler een zwart gat, dat alles opslorpt en laat verdwijnen. Maar in het oog van de verwoestende cycloon is het altijd mooi weer. Mulisch: „Hitler heeft zelf nooit iemand vermoord, behalve zichzelf. Dat is de kern van de zaak. Het was allemaal gericht op zelfvernietiging. Anders had-ie niet zulke stommiteiten uitgehaald. Rusland aanvallen, hoe haal je het in je hoofd. Hij wist nota bene hoe het met Napoleon is afgelopen.”

Over een napoleonfilm zou niet zo snel een controverse ontstaan. „Er zou überhaupt niemand gaan kijken. Bovendien: Napoleon heeft een hoop goede dingen gedaan. Het Rijksmuseum, de burgerlijke stand, zelfs de monarchie heeft Nederland aan hem te danken. Omdat hij zijn broer hier koning maakte, hebben wij nu een koningin. Hitler heeft niks goeds voortgebracht. Niets dan vernieling aangericht.”

Bij hem zullen de verschrikkingen nooit naar de achtergrond verschuiven? „Nee. Tenzij er morgen iets gebeurt waarnaast die hele Tweede Wereldoorlog verbleekt. Een nucleaire aanslag, waarbij in één klap zestig miljoen mensen omkomen. Dan wordt er daarna niet zoveel meer over de oorlog gesproken.

Het is te hopen dat we altijd over Hitler blijven praten.”

mailIcon print |