Aan adviezen en voorstellen voor een andere provinciale herindeling heeft het de afgelopen decennia niet ontbroken.
Veel meer dan hier en daar een kleine grenscorrectie en het toekennen van de status van twaalfde provincie aan Flevoland, in 1986, heeft het niet opgeleverd.
In de eerste helft van de jaren zeventig werd aangekoerst op 44 gewesten. Provincies en gemeenten (en uiteraard Rijk) zouden blijven bestaan. Daar zat precies het manco van het plan. Op een vierde bestuurslaag zat niemand te wachten.
Daarna kwam het plan om de bestaande provincies en de beoogde gewesten te vervangen door kleinere provincies. Eerst werd gemikt op 26, daarna 24, en tenslotte op 17. In 1983 werd ook dat plan ingetrokken. In 1985 werd gekozen voor het vergroten van de mogelijkheden voor gemeentelijke samenwerking. Zo zouden ze her en der sterke regiobesturen (géén provincies) kunnen vormen. Een voorstel om Zuid-Holland te splitsen, werd ingetrokken. Het al bestaande Openbaar Lichaam Rijnmond (een soort mini-provincie) werd opgeheven.
In 1993 lag er echter weer een kabinetsvoorstel om een provincie Rijnmond mogelijk te maken, in 1994 gevolgd door een wetsvoorstel dat gemeenten in stedelijke gebieden moest aanmoedigen om provincies-nieuwe-stijl te vormen.
Het plan ketste af op referenda onder de bewoners van de betrokken gebieden. De inwoners van de centrumgemeenten (Rotterdam, Amsterdam) voelden er niets voor hun stad op te knippen in stukken, die samen met de randgemeenten een stadsprovincie moesten vormen.
Daarna is van het kabinet geen voorstel meer gekomen voor een provinciale herindeling. De discussie erover is echter niet verstomd. Allerlei adviesraden, commissies en wetenschappers en bestuurders hebben er de afgelopen tien jaar nog hun licht over laten schijnen. Het is aan het nieuwe kabinet om te besluiten over het jongste advies.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.