*

 

Wie durft er iets te zeggen over de opvoeding van andermans kinderen?

door Iris Pronk − 18/01/07, 00:00

Het zijn schatjes, de kinderen van je beste vriend(in). Maar soms ergeren ze je –omdat ze hun mes aflikken tijdens het eten en nooit eens ’dankjewel’ zeggen voor een cadeautje. Kun je daar iets van zeggen, zonder de vriendschap te verspelen? Twee vriendinnen geven advies: „Je moet bedenken: hier worden de kinderen leuker van.”

Regel één in de vriendschap: bemoei je nooit met de manier waarop je vrienden hun kinderen opvoeden. Bijt liever je tong af, haal nog eens diep adem, roddel desnoods op de terugweg met je partner over het verwende gedrag van Sanne of Sem. Maar zwijg tegen je vrienden, want voordat je het weet ben je ze kwijt.

Dat zwijgen valt soms niet mee –bijvoorbeeld omdat die leuke, ongeremde kinderen op jouw verjaardag met hun vieze schoenen op je nieuwe bankstel springen. Omdat je gewend bent om leven en liefde met je vrienden te bespreken. En omdat je zelf misschien kinderen hebt en dus ervaringsdeskundige bent– je weet precies wat er aan de opvoeding van de ander schort.

Maar als ervaringsdeskundige weet je óók hoe gevoelig juist het onderwerp opvoeding ligt, hoezeer kinderen een stuk van jezelf zijn en hoe kwetsbaar je je kunt voelen in de moeder- of vaderrol. Zelf zou je, eerlijk is eerlijk, ook erg schrikken als je vrienden jou als opvoeder zouden bekritiseren. Kiezen op elkaar en mondje dicht dus. Of niet?

Ongevraagde opvoedadviezen zijn zelden welkom, weet OK-assistente en senior purser José Pama (44), moeder van drie kinderen. „Mijn moeder kwam met de drie erren van reinheid, rust en regelmaat. Gék werd ik ervan.”

Net als iedere andere ouder vindt ook zij het moeilijk om kritisch en in alle openheid over haar eigen kinderen en die van de ander te praten. Maar sinds een tijdje doet ze dat wél, met haar vriendin Marieke Borleffs (42), gezintherapeute en moeder van vier zonen.

Ze leerden elkaar kennen via de kinderen, zegt Borleffs in haar mooie, ruime woonkeuken in Hilversum. Misschien dat ze daardoor makkelijker met elkaar in gesprek raakten over opvoeding: „Met oude vriendinnen is de vriendschap meer één op één, bij ons is die vanaf het begin rond de kinderen geconcentreerd geweest. Wij worstelen met dezelfde dilemma’s.”

Met die kinderen –zeven in totaal– gingen Borleffs, Pama en hun mannen afgelopen zomer op vakantie naar Maleisië. En daar kwam hun gesprek over opvoeding pas goed op gang, dankzij Sieb (nu 5 jaar), de temperamentvolle, op één na jongste zoon van de Borleffs. „Hij ontplofte tijdens die vakantie zo als hij zijn zin niet kreeg,” zegt Borleffs, en Sieb stoeide ook erg wild, deelde als begroeting meteen een stomp uit. Dat ontlokte Pama’s man Willem het volgende commentaar: „Dat vind ik helemaal niet leuk, Sieb. Als je dat doet als je groot bent, dan kom je zo in de gevangenis.”

Borleffs lag die nacht te woelen in haar bed, ze vond de bemoeienis van vriend Willem niet zo makkelijk, maar deed er de volgende dag wel haar voordeel mee. Ze stelde grenzen, maakte haar zoontje duidelijk dat zijn al te onstuimige gedrag ook consequenties had. „Ik kon de kritiek wel hebben omdat ik weet dat Willem dol is op Sieb. En dat begrenzen werkte als een trein”, zegt ze nu.

Sindsdien spreken de twee echtparen vaker uit wat andere bevriende ouders alleen maar denken: kun je je kind niet beter zo aanpakken? Het bevalt ze goed om ’de dagelijkse worsteling’ die opvoeding óók is met elkaar te delen, zegt Borleffs: „Ik ervaar het niet als kritiek, wel als een spiegel, als meehelpen.”

Omdat ze zulke verschillende opvoedstijlen hebben, kunnen ze veel van elkaar opsteken. Borleffs typeert Pama als een ’ongelooflijk duidelijke moeder’, die grenzen stelt en veel aandacht besteedt aan goede manieren. Zelf is ze meer grillig, meegaand, soms té: „Ik wil graag een moeder zijn bij wie veel kan.”

Als haar oudste zoon haastig de keuken in rent om een boterham te pakken, zegt Borleffs tegenwoordig: „’Hee Wout, José staat daar, zou je haar niet eens groeten?’ Een jaar geleden had ik dat niet gedaan.” En Pama leerde dit van haar vriendin: „Bij ons is er een duidelijker scheiding tussen de kinderen en de grote mensen. Vroeger was ik geneigd om tegen de kinderen te zeggen: we zitten te borrelen, zoek het zelf maar uit. Nu probeer ik hen ook een stem te geven.”

Eerste vereisten voor een gesprek over elkaars kinderen zijn natuurlijk onderling vertrouwen en de durf om je kwetsbaar op te stellen. En verder gelden de algemene regels voor het geven van feedback, zegt Borleffs, die als therapeute zelf veel ouders met opvoedproblemen begeleidt. Met als belangrijkste: check of de ander jouw feedback ook echt wil ontvangen.

Fouten maken in de opvoeding is helemaal geen schande, perfect kan en hoeft het niet te gaan, vindt Borleffs: „Je moet ook een soort luchtigheid creëren bij jezelf: we doen toch allemaal ons best. Er is ook zoiets als goed-genoeg-moederschap.”

Ze hebben wel een tip voor mensen die dit onderwerp ook wel eens met hun vrienden zouden willen bespreken: begin voorzichtig, toon je eigen twijfels. Zeg bijvoorbeeld: ’Mijn kinderen zijn de laatste tijd zo lastig met eten. Hoe doe jij dat?’ Ontstaat er een sfeer waarin je zelfs over zoiets delicaats als elkaars opvoedingsstijl kunt praten, dan verdiept dat de vriendschap, aldus Pama: „Je creëert toch een afstand tot vrienden als dit onderwerp niet bespreekbaar is.”

mailIcon print |