*

 

Wel mooi, dat Freud al die o zo beschaafde dames en heren een knietje in het kruis geeft

Bert Keizer − 13/01/07, 00:00

Nadenkend over de wereld hebben we het liefst dat er een sluier wordt weggeschoven waarachter de zaak tevoorschijn komt zoals hij werkelijk is. In die zin zijn we allemaal reductionisten. We ontdekken graag dat iets ’eigenlijk’ iets anders is, waarbij de aard van dat andere drie kanten op kan: omhoog, omlaag of de bocht om.

Een prachtig voorbeeld van ’omhoog’ is de middeleeuwse beleving van de natuur als het tweede boek, naast de Bijbel, door God geschreven.

Zo herinner ik mij twee flarden uit een middeleeuwse beschrijving van een duif als symbool voor de Kerk. De warreling van kleuren in de nek van het dier verwijst naar de wisselvalligheden van het aardse leven waarbinnen de Kerk zich een weg moet zien te vinden. En de rode pootjes verbeelden het bloed van de martelaren waar de Kerk doorheen waadt op weg naar de jongste dag. Zo doemt er achter de sluier van de eenvoudige duif een schitterende prediking op over aard en wezen van Zijn Kerk.

Tot zover omhoog.

Omlaag is populairder. Het gaat hier niet om onthullen, maar om ontmaskeren, ogenschijnlijk een makkelijker klusje. Denk aan opmerkingen als: alle politici zijn eigenlijk zakkenvullers, specialisten zijn geldwolven, priesters zijn allemaal pedo’s.

In dergelijke reducties wordt een masker afgerukt en wat overblijft is iets vunzigs, dat we niet hoeven te eerbiedigen.

Omlaag-reduceren heeft de onmiskenbare bijsmaak van ’koppie kleiner maken’, vandaar de populariteit van deze denkwijze.

De moeilijkste reducties gaan niet omhoog of omlaag maar de bocht om.

Karl Marx’ briljante analyse van het politieke krachtenveld in termen van materiële belangen was een oogopener in de 19de eeuw. Zeker, ook hij kwam met het zakkenvullersverwijt, maar op een zo subtiel uitgewerkte wijze dat het wel iets meer om het lijf had dan een rancuneleer. Dat het toch ontaardde in ’koppie kleiner maken’, en dat op een onvoorstelbare schaal, is denk ik niet helemaal aan Marx te wijten.

Een heel andere bocht om. Freud. Ook hier een vleugje rancune misschien jegens de hem omringende gegoede burgerij, wel aardig om al die keurige o zo beschaafde dames en heren een knietje in het kruis te geven. Maar ook bij Freud gebeurt het te fraai doordacht, om het louter en alleen als ontmaskeren uit te boeken. Zijn werk is immers onthullend in de beste zin van het woord.

Maar de meest ontwrichtende reductie die we tot nu toe aan de hand van een denker onder ogen hebben moeten zien is Darwins evolutieleer en de daaruit voortvloeiende consequenties. Het verslag van onze biologische afstamming heeft ons onverbiddelijk onze plaats gewezen in de rij van levende wezens. Hoewel biologen er nog lang niet uit zijn als het om de details gaat van het ontstaan van het leven ligt het verdere verhaal onomstotelijk vast. Nadat replicerende macromoleculen er in geslaagd waren een eiwitjas aan te trekken was er geen houden meer aan.

Er zijn twee reacties mogelijk op het evolutionaire verslag over onze aanwezigheid. Ten eerste is er verwondering over een principe dat zo eenvoudig en ingrijpend is en dat zulke onvoorstelbare resultaten heeft opgeleverd. In die verwondering zit wat mij betreft ook een streepje ongemak. Het is enigszins sinister dat wij met al onze ellende en bezorgdheid zijn voortgebracht door een principe dat niets met ons op heeft, ook niets tegen ons heeft. Een ordeningsmechanisme dat zelf buiten alle getob staat.

En dat is een tweede reactie op het idee van evolutie: het is een schrobbering. Ik bedoel dit niet op zijn 19de-eeuws, toen men het even amusant als onwaarschijnlijk achtte, die apige voorouders. Nee ik bedoel het anders. Ik eis op zijn minst Verachting vanuit de Natuur, als Liefde te veel gevraagd is, maar wat krijgen we als we echt heel erg goed kijken? Niks. Onverschilligheid. O ja, en de dood. Alsof je daar van opknapt.

Om de ramp vervolgens een ondoorgrondelijk cachet te geven kwam Richard Dawkins met het idee van The Selfish Gene, het zelfzuchtige gen.

Dat is, binnen het Darwinistische universum, nóg een keer de bocht om, zodat je het zicht op alle menselijke streven en beven echt helemaal kwijt bent. In Dawkins’ visie, zijn levende wezens bewerkelijke karretjes waarin die verrekte replicerende macromoleculen eeuw in, eeuw uit, rondrijden. Fascinerend ja, maar dan wel het soort fascinatie dat aan zeer slechte lsd doet denken.

Ik heb er geen verweer tegen, omdat ik het zo overtuigend vind en uiteraard niet in staat ben zelf met een beter verhaal te komen.

In 1904 beschreef Joseph Conrad in een brief de toestand op aarde als het product van een breimachine: „En het meest onthutsende is de gedachte dat het nare ding zichzelf gemaakt heeft; zonder een overweging, zonder geweten, zonder vooruit te blikken, zonder ogen, zonder hart. Hij breit ons er in, en hij breit ons er uit. Hij breide tijd, ruimte, pijn, dood, verrotting, wanhoop en alle illusies – en niets doet er toe.”

Schaatsen in Nederland gaat niet deze winter en ik hoor dat de Weissensee ook niks wordt dit jaar.

mailIcon print |