*

 

Rotonthaal is feest in de zaal

Katinka Polderman − 13/01/07, 00:00

Cabaretière Katinka Polderman blijft eruitzien als een meisje, ondanks haar vers aangeschafte dameskleding.

Ik dacht: laat ik me eens wat vrouwelijker gaan kleden. Dat helpt misschien. Geen felgekleurde shirtjes met vrolijke print meer, maar een rok en iets met een decolleté. Dan krijg ik vast meer voor elkaar. Bijvoorbeeld als ik in een schouwburg speel. U denkt natuurlijk: Zo’n artiest wordt in de watten gelegd. Versgeperst sapje hier, jacuzzi daar, een hartelijke ontvangst en een bloemetje toe. Want een chagrijnige artiest zet een flutvoorstelling neer en dat moeten we niet hebben. We doen alles om De Artiest Die De Avond Moet Gaan Maken een leuke dag te bezorgen. Als dat zo was, had ik die nieuwe garderobe niet nodig. Je zou bijna kunnen stellen: hoe kleiner de zaal, hoe fijner ’t onthaal. In jeugdsozen en hele kleine theatertjes worden er tosti’s gebakken en staan in de kleedkamer schaaltjes met snoep op de rijkelijk gevulde koelkast. Maar in sommige grote schouwburgen voel ik me een noodzakelijk kwaad ten behoeve van de horeca-omzet. Als ik ’s middags arriveer met technicus Bart en hond Busje, die meedoet in mijn voorstelling, ben ik al lang blij als we worden ontvangen met „Kan ik jullie koffie aanbieden?” En ik ben helemaal gelukkig wanneer de koffie wordt neergezet zonder de woorden: „Dat is dan drie euro veertig.” Er zijn twee dingen die ze niet moeten zeggen als we binnenkomen. Want dan ben ik de verdere dag alleen nog maar bezig met de mantra „Het is hier wél leuk, ik ga hier wél mijn best doen vanavond.” Het eerste: „Er mogen hier geen honden.” Soms nog aangevuld met: „Vanavond zet je hem in de auto. Anders kan iederéén zijn hond wel gaan meenemen.” Maar Busje speelt mee! Het tweede: „Dit is een rookvrij gebouw.” Dat betekent dat ik nergens mag roken, zelfs niet in mijn eigen kleedkamer. Tot voor kort ging ik dan braaf bij de voordeur staan roken, tussen het publiek. Tot een collega-artiest, zijn rook in een een rookmelder blazend, zei: „Je moet gewoon binnen roken. Je bent artíest hoor.” En vooral daarom had ik dus die nieuwe garderobe. Dat er niet iemand mijn kleedkamer binnenstormt en zegt: „Meisje maak die sigaret eens uit!” Maar dat ze zeggen: „Mevrouw rookt? Nou vooruit, we kunnen u moeilijk naar buiten sturen.” Maar... de dameskleding werkt niet. Ik zie er uit als een meisje. En meisjes moeten zich aan de regels houden. En als ik dan ’s nachts in de auto zit op weg naar huis, ben ik toch blij. Ondanks de flinke dorst, want toen ik na mijn optreden een biertje wilde bestellen zei de barjuffrouw: „ Hoort u bij de Fortisbank? Nee? Dan mag je hier natuurlijk geen gratis bier bestellen hè?!” Ik ben blij met het publiek. Want in zulke ballententen lijkt het alsof het publiek weet dat het iets goed te maken heeft. Daarom tot slot nog een slogan: „Rotonthaal is toch vaak feest in de zaal.”

mailIcon print |