Studenten zijn hun eigen drukke baasjes geworden en moeten dus pragmatisch zijn.
Studenten kunnen tegenwoordig met zeer veel zaken tegelijk bezig zijn. Maar bij het prioriteiten stellen staat het afronden van een studieonderdeel op een hoge plaats. Afstuderen is immers noodzakelijk om verder te kunnen met je (beroeps-) leven. Een aansprekend cijfer halen heeft echter geen hoge prioriteit. ’Efficiënt werken’ betekent een zes halen, een knappe ondernemersprestaties.
Het heeft alles te maken met de financiële situatie van studenten. Rondkomen is een eerste vereiste, de studiebeurs is niet genoeg. Veel studenten hebben een bijbaan die veel verantwoordelijkheid eist. Ze vertonen op hun werk vaak een grote ondernemendheid. Soms hebben ze het (niet altijd terechte) gevoel dat ze op het werk meer leren dan op school.
Ook netwerken kost veel tijd. Via mobieltje en computer bouwen studenten aan een solide netwerk – weer een bewijs van verstandig ondernemerschap. Zonder netwerk geen klanten en geen hulp bij problemen. En tot slot zijn studenten ook nog veel energie kwijt aan uitgaan, vakanties en sport. Dat is slim, want iedereen moet regelmatig de accu opladen.
Met bovenstaande taken is de student met recht te typeren als een ’portfoliowerker’, die zijn activiteiten spreidt als een ondernemer. Met het geld van de bijbaan kan hij de investering in de studie rond krijgen. Dat betekent een lage studieschuld en minder afhankelijkheid van ouders: een teken van op eigen benen staan en je broek zelf ophouden.
Het onderwijs heeft flinke bezuinigingen achter de rug. De productiviteit is omhoog gegaan, maar de studenten hebben minder contact met hun docenten. Het is helemaal niet vreemd dat studenten veel thuis achter de computer zitten en weinig uren op school doorbrengen. Als de docenten weinig tijd voor hen hebben, er veel lesuitval is, en ze regelmatig vertraging hebben met bus en trein, dan is een lager schoolbezoek het resultaat. De opleiding is in de perceptie van de student meer een ontmoetingsplek, zeker geen uitdagende leersituatie.
Opleidingen bieden wel (studie-) loopbaanbegeleiding. Maar dit staat nog in de kinderschoenen en iedere opleiding mag daar veel zelf uitvinden. Voorlopig zetten we de student onvoldoende op het spoor van het creëren van en wellicht excelleren in een eigen loopbaan. Ze functioneren nu in een omgeving waar het behalen van alle cijfers al veel tijd kost. Met zesjes scoren redt men zich prima. Een gemiste kans om jongeren te steunen en te adviseren in hun soms niet al te handige, maar wel aanwezige ondernemingszin.
Het probleem is dus niet de zesjescultuur. De opleiding is te weinig een uitdagende leeromgeving, waar je aan de toekomst kunt werken en geprikkeld wordt je grenzen te verleggen en een imponerende prestatie neer te zetten.
Studenten zijn drukke baasjes die hun eigen onderneming met veel kunst en vliegwerk in de lucht houden. En wie vraagt dan later nog naar je cijferlijst en waardeert die hoge cijfers? Alleen bij een selecte groep topwerkgevers en bij een studie aan een prestigieus instituut heb je de lijst nodig. Dat geldt maar voor een kleine groep van de studenten. Een zes is dan een afgepaste investering met een goed rendement. De markt vraagt er immers niet naar, op een enkele moraalridder na. Premier Balkenende hoeft zich geen zorgen te maken. Het ondernemen zit er bij studenten goed in.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.