„De God van Nederland willen reanimeren, is sjorren aan een lijk.” Het is een sleutelzin uit het nieuwe boek van socioloog Herman Vuijsje. Je verwacht dat zo’n zin talrijke reacties oproept. Maar dat valt reuze mee, of tegen, het is maar hoe je het bekijkt.
Titel van de nieuwe, lezenswaardige Vuijsje is ’Tot hier heeft de Heer ons geholpen’. En nu moeten we het verder zelf doen, vult de auteur in gedachten aan. Vuijsje breekt in zijn boek een lans voor het christelijk geloof, voor God, als de bron van onze moraal. Dat geloof in God als een macht buiten de mens is tanende, maar zijn nalatenschap, die moraal, is voor de samenleving van groot belang. Die nalatenschap moeten we koesteren, zegt Vuijsje. In een interview vorige week in de Verdieping vat hij het als volgt samen: „Een goed leven leiden, dat zullen we zelf moeten doen. Maar met de christelijke traditie hebben we daarvoor een prachtig instrument in handen.” Het is Vuijsje dan ook een doorn in het oog dat kerken die als huis van God geen toekomst meer hebben, worden omgebouwd tot tapijthal of partycentrum. Laten we die kerken weer gezamenlijk onderhouden als plaatsen van bezinning en gemeenschapsbesef, bepleit de socioloog.
Vraag is echter of de moraal, de christelijke waarden, zich laten onderhouden in een leeg huis. Vuijsje is ervan overtuigd dat die moraal voldoende in de samenleving is ingebakken; de mens kan het verder zelf. De socioloog heeft gelijk: tot nu toe gaat het er in het geseculariseerde Nederland ’redelijk beschaafd’ aan toe. Maar hij doet het afscheid van God drastischer voorkomen dan het in werkelijkheid is. Zijn huis loopt misschien leeg maar de kerkelijke God staat nog altijd centraal in de religie van veel mensen. Dat neemt niet weg dat er een groei is van ’ietsisme’, van persoonlijke religieuze beleving, en van spiritualiteit. Vraag is alleen wat de inhoud daarvan is en hoe die zich zal ontwikkelen. De een voorspelt een wederopbloei van het christendom en ziet de kerken weer volstromen. De ander meent dat de oplevende spiritualiteit zo breed zal blijven als zij nu is, of zelfs breder zal worden.
Welke voorspelling bewaarheid wordt hangt af van de vraag of er in de opbloeiende levensbeschouwing ook een behoefte schuilt aan structuur. Want met het oude Godsbeeld heeft ook de kerk aan betekenis ingeboet, als anker voor sociale samenhang. En in het woord ietsisme ligt al besloten dat die overtuiging daarvoor geen nieuwe structuur in de plaats zal zetten. Misschien hebben de nieuw spirituelen dat niet nodig, misschien zal er toch een behoefte aan structuur groeien.
Als die vraag ergens aan de orde had moeten komen, dan was het op het christelijk sociaal congres, dat vorige week werd gehouden. Thema van dit jaar was de betekenis van leiderschap. En leiderschap begint toch met de vraag aan welke ontwikkeling leiding gegeven moet worden. Maar na boeiende uiteenzettingen over de grote sociale problemen en over de karaktertrekken van de dienende leider, volgde geen debat over de ontwikkeling van het religieuze en spirituele landschap. Een gemiste kans.
Voor Trouw is het een belangrijk onderwerp. Zoals we de evolutie hebben doorgemaakt van kerkpagina naar ’religie & filosofie’, zo vinden ook de nieuwe ontwikkelingen in levensbeschouwing en spiritualiteit hun weerklank in de kolommen. En niet alleen daar: we lanceren dit najaar een website die geheel gewijd is aan religie en filosofie, waarop ruimte is voor persoonlijke maar ook voor kerkelijke geloofsbeleving, en voor debat over de rol van levensbeschouwing in de samenleving. Als een televisiepresentator voor het sterblok, roep ik: blijf bij ons, het worden boeiende tijden!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.