*

 

Pronk appelleert aan schuldbewustzijn

Door: redactie − 08/09/07, 00:00

Schuld aanpraten is door de eeuwen heen een prachtige manier geweest om mensen onder de knoet te houden. Nu de kerken langzamerhand minder zeggingskracht hebben, staan er af en toe onheilsprofeten op zoals Jan Pronk en Al Gore, die dit schuldgevoel weer oproepen en de leemte van vroeger opvullen.

Dat Afrika inderdaad vroeger door ons is uitgebuit vind óók ik zonneklaar. Maar: Afrika is door ons eveneens geholpen op de weg naar emancipatie, niet in de laatste plaats door missie en zending (gratis medische zorg en onderwijs) en later door ontwikkelingshulp. Bovendien waren er studiebeurzen voor Afrikaanse studenten vanuit Nederland, en andere Europese landen, die er veel toe hebben bijgedragen om Afrikaans leiderschap te bewerkstelligen en te bevorderen. Als dan vervolgens Afrikaanse leiders soms misbruik gingen maken van hun intellectuele verworvenheden, wordt het achteraf moeilijk te beoordelen waar de fouten nu precies liggen.

M.P. Bosch-Hupkens Heemstede

Natuurlijk heeft Pronk gelijk. We betalen ongelooflijk weinig voor Afrikaanse grondstoffen, zoals koffie, cacao, katoen en thee. We exporteren nog steeds op grote schaal landbouwproducten naar Afrika die daar kleine boeren het brood uit de mond stoten. Nu weer kippendelen naar onder meer Togo, Benin en Ghana. En de druk op Afrikaanse regeringen om vrijhandel toe te staan is zeer groot.

We hebben een selectief toelatingsbeleid voor Afrikanen, waarbij goed opgeleide mensen, waarvoor Afrikaanse landen de opleiding betaalden, in Europa een bijdrage leveren aan de economie. Waarom zijn er meer artsen uit Malawi in de stad Londen dan in het land Malawi? Afrikaanse staatshoofden hebben vette bankrekeningen en ander bezit in vele Europese landen. Aan wie komt dat ten goede? In onze waardesystemen moet het voor de hand liggen om ook recht te zoeken voor mensen elders die door de geschiedenis (slavenhandel, kolonisatie) nauw met onze Europese samenlevingen verbonden zijn.

Jan van der Kolk Voorburg

Pronk appelleert aan en leeft in een genoeglijke roes van schuldbewustzijn en verleden. Daarmee lijkt hij nog mensen aan te spreken. Blijkbaar doet het goed om een bepaalde dosis schuldbesef te hebben, zoals dat vroeger gebruikelijk was. Zijn betoog doet denken aan een genoeglijk onderonsje na een uitgebreide maaltijd. Maar er steekt in zijn betoog een zekere zelfverhevenheid en daarmee impliciet een lage dunk voor Afrikanen.

In zoverre is Pronk de tijd nooit ontgroeid van de ’arme zwartjes’, mensen die onze beschaving ontberen. De boodschap die tussen de regels doorklinkt is dat Afrikanen eigenlijk naar ons niveau opgetild moeten worden. Pas dan kunnen ze gelukkig en beschaafd zijn. Net als wij. Voor de ontwikkeling van Afrikanen is zo’n visie dodelijk. Het liet en laat geen ruimte voor een eigen ontwikkeling. Globalisering heeft nadelige kanten, maar Pronks verhaal is een echo uit het verleden.

L. Oprel Aalsmeer

Pronk heeft gelijk. Wij zijn in de westerse samenleving niet bereid om eerlijk te delen. Daarvan zijn met name ontwikkelingslanden maar ook de have nots in ontwikkelde landen de dupe. In het stuk van Willem Breedveld gaat het vooral om de landbouw(subsidies). Landbouw past niet in een kapitalistisch systeem. Individuele landbouwers kunnen de productie niet afstemmen op de vraag. üén kilo graan teveel op de markt doet de prijzen zakken. Een boer in een land zonder landbouwpolitiek is afhankelijk van die wereldmarkt. Dus moeten we de landbouw zo inrichten dat wereldmarktprijzen structureel op een kostendekkend niveau liggen.

Jantinus Westerhof tot 2006 akkerbouwer Hardenberg

Jan Pronk stelt voornamelijk in zijn ’bergrede’ dat we de Afrikaanse bevolking schade toebrengen met het Europese Landbouwbeleid. Onze rijkdom berokkent ook op andere manieren schade aan de mensen in Afrika.

Volgens verschillende klimaatrapporten zal vooral het Afrikaanse continent veel schade oplopen door de komende klimaatsveranderingen. Doordat het daar droger dreigt te worden zal landbouwgrond onbruikbaar worden, drinkwater schaarser worden en de visstand verder dalen. Gelukkig kunnen wij profiteren van de voedselschaarste die hierdoor in Afrika ontstaat. Want dan kunnen we weer met een gerust hart onze landbouwoverschotten dumpen op de Afrikaanse markt. Leve de ’humanitaire’ handelsgeest!

Bernard Slaa Groningen

Recente artikelen in Trouw hebben mij gesterkt in de overtuiging, dat wij medeverantwoordelijk zijn voor de situatie in Afrika, en dat Pronk wat de kern van de zaak betreft gelijk heeft.

Zelfs indien de ellende in Afrika volledig te wijten zou zijn aan de Afrikanen en hun leiders, zou dat ons niet van de verantwoordelijkheid ontslaan om te proberen daar iets aan te doen, al was het maar uit eigenbelang.

G.G.A. den Dulk Wassenaar

Ik heb de pest aan demagogen. Ze vertikken het om genuanceerd te denken. Onze kleding komt al jaren uit ontwikkelingslanden en zouden onbetaalbaar zijn als ze in Europa gemaakt zouden worden. Alle elektronische apparatuur komt uit Aziatische landen. India levert experts op ICT gebied. Zo profiteren veel landen van handel met Europa. En dat is te merken aan de groeiende welvaart van die landen. Bloemen worden geteeld in Afrika en leveren aan veel mensen werk.

Maar Pronk wil praten over kippenboeren. Ik kan me niet voorstellen dat de lokale kip duurder is dan de Europese kip. Dan moet er toch wel erg veel subsidie worden gegeven. Laten de boeren liever producten verbouwen die echt kunnen concurreren. De boontjes uit Egypte smaken prima. Het klimaat in ontwikkelingslanden is voor diverse producten gunstiger dan hier. De boeren lijden wel onder andere problemen zoals ontbreken van irrigatie, ondeskundig gebruik van kunstmest, en slecht overheidsbeleid. Maar daar kunnen wij toch weinig aan doen.

Fred Dijkman Heerlen

De uitspraken van Pronk troffen mij zeer: hier spreekt een door de wol geverfd mens die ondanks – of dankzij – zijn jarenlange staat van dienst niet is afgestompt, maar blijvend geraakt wordt door onrecht in de wereld en daar vol vuur tegen fulmineert.

Het feit dat veel kleine boeren in Afrika hun plek op de (wereld)markt nog niet kunnen veroveren is een typisch voorbeeld van een dergelijk onrecht. De uitspraken van Pronk behoeven vervolgens wel enige nuancering. De suggestie dat Europese exportsubsidies verantwoordelijk zijn voor de moeilijke positie van Afrikaanse boeren is te kort door de bocht.

Arrie van Nierop Gorredijk

mailIcon print |