Over één ding raak ik niet uitgedacht. Dat is dat de president van de machtigste bank ter wereld, de federale bank van de Verenigde Staten (de FED) op zijn best de Balkenende-norm verdient, zo’n tweehonderduizend dollar per jaar. De president van de aanzienlijk minder machtige Nederlandsche Bank daarentegen krijgt het dubbele uitbetaald. En ten slotte blijkt de president van een bank waarvan vrijwel niemand heeft gehoord (en die vermoedelijk alleen maar routineklussen afhandelt), de president van Bank Nederlandse Gemeenten, goed voor zevenhonderdduizend euro per jaar.
Noem het een omgekeerd Calimero-effect: zij zijn groot en ik ben klein en daarom is het redelijk dat ik vier keer zoveel verdien. Maar het blijft vreemd. Per slot van rekening gaat het hier om de besteding van belastinggeld. Dan kan zo’n Calimero-president wel vinden dat hij recht heeft op zevenhonderduizend euro. Maar waarom zou de belastingbetaler zo gek moeten zijn om hem dat uit te betalen? Die bank staat in dienst van de gemeenschap, van ons dus.
In de VS heeft men daar simpele opvattingen over. Mensen in overheidsdienst, redeneren zij, hebben recht op een behoorlijk inkomen. Tweehonderdduizend dollar mag je behoorlijk noemen. Einde verhaal. Zelfs de president van de VS, Bush, verdient niet veel meer dan dat. Niemand die daarover zeurt. Te mogen werken voor de overheid beschouwt men als een eer. En het gaat vaak ook om banen met veel prestige, die zich dubbel en dwars uitbetalen zodra men wat anders gaat doen. De president van de FED, Alan Greenspan, heeft sinds zijn pensionering miljoenen opgehaald in het lezingencircuit en met het schrijven van een boek.
In Nederland is men echter geneigd om meer naar Singapore te kijken. In deze succesvolle stadsrepubliek redeneert men dat je alleen met veel geld de besten kunt strikken voor een overheidsbaan. Dat hebben ze er ook graag voor over, want alleen de besten zouden in staat zijn om de overheid efficiënt en slagvaardig te laten werken. De president van dit land verdient daarom bijna twee miljoen dollar en de president van de toezichthoudende bank dik een miljoen.
Twee redeneringen dus, elk met hun eigen geldigheid. Ikzelf neig naar de Amerikaanse opvatting dat het bedrijfsleven zijn eigen inkomens maar moet regelen (hoewel ook daar heel wat op te dingen valt), maar voor de overheid het uitbetalen van een behoorlijk inkomen volstaat. Bij de overheid staat niet geld verdienen voorop, maar draait het om het willen dienen van de publieke zaak. Wie alleen maar op geld uit is moet maar directeur worden van een bordeel. Maar ik weet ook dat we daar risico mee lopen. Vandaar mijn vraag: Lopen we met de Balkenende-norm het risico dat de besten afhaken?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.