De tante van cabaretière Katinka Polderman overlijdt. Te vroeg, want de afspraak was dat iedereen heel erg oud zou worden.
Woensdagavond. We drinken thee in de restauratie van het Onze Lieve Vrouwengasthuis. Met troebele ogen kijken mijn moeder en ik elkaar aan. „Ik snap het nog steeds niet. Als je haar ziet, denk je dat ze zo weer wakker wordt...” Boven, in een kamertje alleen, ligt mijn tante. Wakkerder dan dat ze nu is, wordt ze niet, heeft de dokter gezegd. Ze is in diepe slaap. Alles doet het nog. Haar handen zijn warm, warmer dan die van mij. Haar ademhaling is regelmatig. Ze kan zelfs nog hoesten. En die verstopte ader is gerepareerd. Alleen haar hoofd, haar hersenen, die doen het niet meer. Die hebben te lang geen zuurstof gehad. Daar zit je dan. In een ziekenhuis met honderden apparaten, het ene apparaat nog knapper en ingewikkelder dan het andere. Maar net dat ene wat je wil, daar is geen apparaat voor. Hersenen weer op gang brengen. Doktoren die bijna alles weten, behalve hoe je dát doet.
En daarbij: we zouden allemaal heel oud worden. Familietrekje. Mijn overoma werd 99. Nooit in het ziekenhuis gelegen, tot het laatst toe scherp van geest. In onze familie ging het zoals het hoort te gaan: op je 92ste neem je een abonnement op tafeltje-dek-je en op je 95ste begin je zo zoetjesaan eens aan een rollator te denken. Maar blijkbaar is er geen manier waarop het hoort te gaan. Nooit geweten, tenminste tot nu toe. Iemand kan dus zomaar ineens weg zijn, op de helft van haar leven. We wachten op de gang, met familie en vrienden. We hoeven ons niet meer aan de bezoekuren te houden. Af en toe gaat er iemand naar haar toe. Dat heet dan dus ’afscheid nemen’. Ik zit ook naast haar bed, maar wat moet je zeggen? Veel verder dan ’Ja, hallo, hier ben ik’, kom ik niet. Wat kán je zeggen? ’Hoe gaat het?’ Meer dan haar hand vasthouden en wat mompelen lukt me gewoonweg niet. Geïmponeerd kijk ik naar al de apparaten. Al die apparaten en dan nét niet die ene die je nodig hebt, is er niet. Machteloosheid is een understatement. Wat later staan we weer op de gang. Haar vriend komt de intensive care uit. „De apparaten zijn eraf.” Ze heeft het nog één nacht op eigen kracht volgehouden. Tante Liesbeth is weg. En ik? Ik word volwassen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.