*

 

CDA’er Joop Wijn overspeelde zijn hand

door Esther Lammers − 07/02/07, 00:00

De CDA-top had de politieke carrière van de 36-jarige Joop Wijn al uitgestippeld. Hij moest zich – net als Europarlementariër Camiel Eurlings – voorbereiden op het partijleiderschap.

Maar de ambitieuze Wijn verkoos zich uit deze voorbestemde rol in het CDA los te rukken. Hij koos deze week voor een carrière in het bedrijfsleven.

Wijn kwam in 1998 tegelijk met Jan Peter Balkenende in de Tweede Kamer om het CDA na twee verkiezingsnederlagen nieuw elan te geven. Hij gaf daarvoor zijn carrière bij ABN Amro op. Als woordvoerder asielzaken viel hij al snel op met zijn sprankelende stijl en zijn rechtse opvattingen. Maar als fervent voorstander van het homohuwelijk, raakte het hem diep dat zijn eigen fractie daar in 2000 tegenstemde.

Hij behoorde tot de kring intimi die zich in 2001 rond de nieuwe leider Balkenende hergroepeerde. Als dank hiervoor werd hij in 2002 staatssecretaris, eerst van economische zaken en later van financiën.

Toen afgelopen zomer D66 uit het kabinet stapte, wilde Wijn beloond worden voor zijn gezwoeg achter de schermen. Hij eiste minister van economische zaken te worden, ten koste van partijgenoot staatssecretaris Karien van Gennip.

Wijn – jong, katholiek en rechts – werd de afgelopen tijd genoemd als de ideale nieuwe fractievoorzitter om het CDA profiel te geven tegenover oppositiepartijen VVD en Wilders. Hijzelf wenste echter minister op Economische Zaken te blijven. Zo zou hij als voormalig staatssecretaris financiën en minister van economische zaken een prachtig cv krijgen om naar het bedrijfsleven over te stappen. Net als zijn voorganger, D66’er Hans Wijers, die ook jong minister van economische zaken werd en daarna een glanzende carrière bij Akzo tegemoet ging.

Bij die keuze lijkt ook mee te spelen dat Wijn zichzelf geen partijleider van het CDA zag worden. Achter de schermen speelde namelijk ook steeds die andere discussie. Hij was dan wel een kroonprins, maar het was geenszins zeker dat het CDA hem – als openlijk homo – partijleider zou durven maken, uit angst voor de conservatieven in de achterban. Waarom zou hij dan de moeilijke rol van lakei van Balkenende op zich nemen? De partijtop redeneerde precies omgekeerd. Met Wijn als fractievoorzitter kon de partij alvast aan het idee wennen. Er werd ook actief gemasseerd. Zo veroorzaakte de voorzitter van de CDA-jongeren, Harry van de Molen, vorig jaar nog op het CDJA-congres beroering met zijn uitspraak dat hij „geen lid wilde zijn van een partij waar een homo geen partijleider kon worden”. En premier Balkenende verklaarde tijdens een verkiezingsdebat op de Veluwe „het geen enkel probleem te vinden als de volgende leider van de partij een homoseksueel zou zijn”.

Maar Wijn bleef vasthouden aan zijn eis minister te willen worden. Twee weken geleden werd hij door het partijbestuur voor het blok gezet. Wijn moest het belang van de partij boven zijn persoonlijke belang stellen. Hij kon fractievoorzitter worden, als gewoon Kamerlid terugkeren, of opstappen. Het ministerschap kon hij vergeten. Wijn heeft daarop zijn keuze gemaakt.

mailIcon print |