Het lijkt erop of de componisten die in het interbellum werden doodgezwegen of die het zwijgen werd opgelegd, nu opnieuw in de ban worden gedaan. En wel door de Raad voor Cultuur. Een van hun grootste voorvechters en herontdekkers wordt het werken onmogelijk gemaakt. The Ebony Band, opgericht en geleid door hoboïst Werner Herbers, kreeg bij de laatste nota van de Raad voor Cultuur (2004) een negatief advies en moet het dus zonder subsidie stellen.
Twee weken terug verzorgde de Ebony Band het 4 mei-concert in het Amsterdamse Concertgebouw en komende maandag geeft de Ebony Band zijn allerlaatste concert. In De Vereeniging in Nijmegen zal muziek klinken van Erwin Schulhoff, Kurt Weill, Stefan Wolpe en Darius Milhaud. In een brief die Werner Herbers naar de Vrienden van de Ebony Band stuurde, staat: ’Na 17 seizoenen met rond 250 concerten in 9 landen en werken van ruim 125 componisten, stopt het ensemble met het geven van reguliere concerten’. Na het concert in Nijmegen wordt het dus stil. Of toch niet helemaal?
Werner Herbers stuurde de Vriendenbrief ook naar de vertegenwoordigers van de pers en hij deed daar nog een ander schrijven bij, waarin hij zijn nood klaagt over de procedure bij de Raad voor Cultuur en waarin hij ook nog wat andere harde noten kraakt. Die extra brief beëindigt hij met de woorden: ’Het is een somber verhaal. De tijden van mijn eerste ’Gran Partita’ (opname Nederlands Blazers Ensemble, 1968), van Marga Klompé of de visie en creativiteit van een Peter Smids (directeur Oosterpoort, later Vredenburg) zijn lang vervlogen, maar het vuur is niet gedoofd. U hoort nog van ons!’
Het uitroepteken achter dat dwingende laatste zinnetje geeft hoop. Herbers is er de man ook niet naar om zich zomaar aan de kant te laten schuiven. En dan ook nog met van die oneigenlijke argumenten. Want op welke gronden wijst de Raad voor Cultuur de subsidie af? ’Het hernemen van eerder uitgevoerd repertoire en het registreren en documenteren van het werk van de afgelopen jaren.’ Als je deze absurde zin naar de letter zou nemen, dan kan elk orkest in Nederland wel naar zijn subsidie fluiten. En wat voor signaal geeft een dergelijk argument aan hedendaagse componisten, die er juist bij gebaat zijn dat hun werk wordt hernomen, geregistreerd en gedocumenteerd?
Nee, Herbers is terecht boos dat een door nationale en internationale prominenten ondertekende stelling door de Raad van tafel werd geveegd. ’Laat herontdekkingen niet weer verloren gaan – bij opgravingen hoort ook conservering’, luidde die stelling. Bij opgegraven tempelcomplexen is zo’n stelling totaal overbodig. Bij muziek blijkt dat helaas niet het geval te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.