*

 

De adderwortel is hier zeldzaam

Henk van Halm − 19/05/07, 00:00

Uitgestrekte graslanden in de Belgische Ardennen zagen lichtroze van de bloeiende adderwortel, wat voor mij een openbaring was, want de plant is in ons land zeldzaam. Hij groeit hier ook in beekdalhooilanden, met name in Noord-Brabant, Zuid-Limburg en Drenthe, maar is door agrarische activiteiten teruggedrongen naar de slootkanten. De adderwortel groeit bij voorkeur op kwelplekken en is om zijn schoonheid in vroeger eeuwen nogal eens als stinzenplant op landgoederen (in noordelijk Friesland en Groningen, de Betuwe en de binnenduinrand) geplant.

De adderwortel overwintert met een dikke, zwarte, slangachtig kronkelende wortelstok, naamgever van de plant. De lang gesteelde, spitse bladeren vormen aan de voet van de plant een rozet. Naar boven toe worden ze kleiner. De lichtroze bloemen staan in een schijnaar die lijkt op een lampepoetser of een pijperager. Deze bloeiwijze komt van onderaf naar de top in bloei, bloeit uit en begint opnieuw van onderaf te bloeien. In juni en juli is de adderwortel op zijn mooist, als de voorjaarsplanten zijn uitgebloeid en de zomerbloemen nog moeten verschijnen. Vaak is er nog nabloei in de herfst. Er komen veel insecten op de bloemen: vlinders zoals witjes, in de avond vedermotten en overdag in de zonneschijn vooral veel zweefvliegen en ook de groen glanzende keizersvliegen. De adderwortel is een goede drachtplant voor honingbijen en je ziet ook altijd hommels en soms wespen op de bloemen. Sommige roestzwammen parasiteren op blad en bloemen.

De lissen bloeien volop aan de slootkant en op oevers van vaarten en meren. De lis is de enige inheemse iris.

mailIcon print |