Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft eergisteren besloten het minimumloon voor het eerst in tien jaar tijd te verhogen.
De nieuwe Democratische meerderheid loste daarmee een verkiezingsbelofte in. In 26 maanden wordt het minimumloon stapsgewijs verhoogd van 5,15 dollar (3,98 euro) tot 7,25 (5,60 euro). Volgens Democratisch fractieleider Steny Hoyer was de verhoging ’een kwestie van doen wat goed, rechtvaardig en eerlijk is.’
Ook de vakbonden juichten het besluit toe. Zij wezen erop dat het loon sinds de laatste verhoging in 1997 ruim twintig procent koopkracht had verloren. Mede onder druk van een lobby vanuit het bedrijfsleven blokkeerden de Republikeinen alle pogingen om het aan te passen. Zij beweerden dat zoiets laagbetaalde banen kost.
Als reactie verhoogden 29 staten de afgelopen jaren op eigen houtje het minimumloon. In november keurden kiezers in zes staten nog een verhoging goed.
De huidige verhoging baat volgens een progressieve denktank 5,6 miljoen mensen of vier procent van het aantal werknemers. Zij verdienen nu minder dan 7,25 dollar. Van hen krijgen 479.000 nu exact het minimum uitbetaald. Indirect zou nog eens 7,9 miljoen mensen kunnen profiteren. Zij zitten nu net boven de nieuwe grens, maar hun loon zou ook opgetrokken kunnen worden.
De maatregel moet nog wel eerst goedgekeurd worden door de Senaat. Daar hebben de Democraten slechts een nipte meerderheid. Om de verhoging ook daar aangenomen te krijgen, wil de partij tegelijkertijd belastingverlaging voor het midden- en kleinbedrijf goedkeuren. Bush heeft zijn verzet opgegeven, mits er belastingverlichting komt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.