*

 

Switchen van sparen naar beleggen op één rekening lijkt voordelig, maar is dat zeker niet altijd.

Kees de Vré − 11/01/07, 00:00

In het spaarzame Nederland is de markt voor spaarrekeningen behoorlijk verzadigd. Daarom moeten banken zich in alle bochten wringen om nog nieuwe klanten te winnen. Het ene na het andere nieuwe product ziet dan ook het licht. De consument wordt gelokt met bijvoorbeeld een hoge rente, fors hoger dan de gangbare rente van een internetspaarrekening.

Dat klinkt aantrekkelijk, maar pas op, het is niet wat het lijkt. Er zijn meestal hoge kosten aan verbonden.

Een van de nieuwste ontwikkelingen is het sparen en beleggen via één rekening, de zogenoemde combirekening. Je kunt daarmee alleen sparen, maar je kunt ook een deel van je ingelegde geld of het hele bedrag beleggen. Het voordeel is dat het sparen en beleggen via één rekening gebeurt. Daardoor kan snel worden geswitcht van sparen naar beleggen en omgekeerd, al naar gelang je gevoel over de markt.

Aan dat switchen zijn bij de meeste banken geen kosten verbonden, terwijl bij normaal beleggen altijd aan- en verkoopkosten in rekening worden gebracht. Als tegenprestatie rekent de bank wel een percentage als er geld van de combirekening wordt opgenomen. Dat zijn best hoge kosten, zo’n één procent van het opgenomen bedrag. De kosten die worden berekend bij gewone beleggingsrekeningen zijn doorgaans de helft of nog lager en bij gewone spaarrekeningen nul.

Banken die bij het switchen tussen sparen en beleggen wel kosten in rekening brengen, rekenen dan weer geen opnamekosten. Zo’n combirekening is dus best een ingewikkeld product, want het is een heel gecijfer om er als consument achter te komen of het wel of niet voordelig voor je is.

Nu heeft de Consumentenbond daarbij een voorzetje gegeven. In de laatste Geldgids heeft de bond enkele rekenvoorbeelden gemaakt. Daarbij worden combirekeningen afgezet tegen afzonderlijke spaar- en beleggingsrekeningen van dezelfde bank. De bond gaat op die verschillende rekeningen na wat 10.000 euro na een jaar netto oplevert. Bij de combirekeningen wordt er driemaal geswitcht tussen sparen en beleggen.

Het resultaat geeft een divers beeld. Bij de banken die op hun combirekening aan- en verkoopkosten in rekening brengen blijken de losse spaar- en beleggingsrekeningen meer rendabel. Wordt na een jaar het geld van de rekening gehaald, dan dalen de rendementen stevig, zowel bij de combi’s als bij de losse rekeningen.

De bond stelt tevens dat bij de combi’s actieve beleggers in het voordeel zijn, omdat die activiteiten niet in rekening worden gebracht. Pas als geld wordt opgenomen moet de portemonnee worden getrokken.

In alle gevallen geldt dat een combirekening niet iets is voor mensen die hun geld niet lang willen of kunnen wegzetten. Gemiddeld is een jaar de minimale tijdsduur die nodig is om een combirekening te laten opwegen tegen het rendement van een internetspaarrekening.

mailIcon print |