Irak beleefde zaterdag de zwaarste aanslag op burgers sinds de Amerikaanse inval.
Op straat in de getroffen wijk twijfelden sjiitische burgers openlijk aan het vermogen van het eigen leger en de Amerikanen om het terroristische tij te keren.
Er vielen 135 doden toen een zelfmoordterrorist met een vrachtauto een markt op reed en daar ongeveer duizend kilo springstof liet ontploffen. De markt lag in het sjiitische stadsdeel Sadrija, en de daders worden door de regering dan ook gezocht bij soennitische strijdgroepen en ’aanhangers van Saddam Hoessein’.
De slachting, waarbij ook 300 gewonden vielen, is „een ramp, zelfs naar onze maatstaven”, aldus een hoge sjiitische functionaris in de door die bevolkingsgroep gedomineerde regering-Maliki. Tegen het persbureau Reuters zei hij dat er nu onder sjiieten veel boosheid is op de regering. „De mensen zijn het zat, ze vragen om actie.” In de getroffen wijk noteerden verslaggevers oproepen om de strijd tegen de terroristen maar te laten voeren door het Mahdi-leger van de sjiitische leider Moktada al-Sadr. De Amerikanen beschouwen het bestaan van deze en andere milities juist als een van de grootste problemen in Irak, erger nog dan de acties van Al-Kaida. Onder druk van hen probeert de regering-Maliki de rol van de militie terug te dringen.
Irak is in afwachting van extra Amerikaanse troepen, die samen met het Iraakse leger een nieuwe strategie moeten uitvoeren om Bagdad wijk voor wijk van terroristen te zuiveren.
Legerwoordvoerder William Caldwell waarschuwde er gisteren voor geen snelle resultaten te verwachten. Integendeel, zeggen sommige waarnemers: de opstandelingen lijken vooruitlopend op de nieuwe strategie hun inspanningen te hebben verdubbeld om dood en verderf, en daarmee haat tussen de bevolkingsgroepen, te zaaien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.