Er is een open debat nodig over de bio-industrie. Maar laten we eerst erkennen dat dieren net zoveel voelen als mensen.
Het debat over dierenwelzijn moet objectiever, zei voorzitter Jos Ramekers van Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) afgelopen vrijdag in Trouw. Tegenstanders van de bioindustrie gebruiken volgens hem ’incidentele misstanden ’ om een te zwart beeld te schetsen van de situatie in Nederland. Ramekers’ pleidooi voor een eerlijke en open dialoog is terecht. Om vooruitgang te boeken in de strijd tegen dierenleed – die getuige de twee zetels van de Partij van de Dieren voor veel Nederlanders het grootste probleem van deze tijd vormt –moeten voor- en tegenstanders de moed hebben om alle feiten en aspecten onder ogen te zien.
De economische waarde van dieren waar we volgens de Productschappen Vee, Vlees en Eieren niet aan voorbij mogen gaan, is in de praktijk tot nu toe verreweg de bepalende factor voor wat er met ’productiedieren’ in Nederland gebeurt. Alleen al het feit dat in het economisch strafrecht nog steeds niet niet wordt gesproken van varkens maar van ’eenheden varkens’ spreekt boekdelen.
Deze dominante rol van het economische aspect kan blijven bestaan doordat en zolang het meest wezenlijke aspect van het probleem buiten de discussie wordt gehouden: dieren voelen, beleven en lijden net zoveel en net zo heftig als mensen. Ze hebben pijn, angst, stress, en nog veel meer ’menselijke’ emoties en reacties. Wetenschappers hebben er de laatste jaren een tipje van de sluiter over opgelicht.
Net als kinderen hebben dieren behoefte aan spelen, liefde, bewegingsruimte en ontwikkeling. Niet voor niets wordt psychologisch onderzoek naar menselijk gedrag sinds jaar en dag uitgevoerd op ratten – hun hersens en gedrag lijken erg op de onze. Wij willen het, net als destijds bij de slaven, liever niet weten, maar de overeenkomsten tussen mensen en dieren zijn veel groter dan de verschillen. We zijn gewoon familie.
Dus als Jos Ramekers namens de vlees- en eierproducenten een open en eerlijk debat over de bioindustrie wil, dan moet hij wel de werkelijkheid durven aanvaarden en erkennen.
Die jonge big die zonder verdoving wordt gecastreerd en bewegingsarm opgesloten in een overbevolkte kooi, ervaart wat zijn kind zou ervaren. Het volwassen varken, dat op transport wordt gezet en vaak meer dan 30 uur in hitte of kou zonder eten of drinken wordt vervoerd naar een goedkoop slachthuis in Zuid-Europa – dit is geen ’ incidentele’ misstand! – lijdt zoals zijn kind zou lijden.
En het varken dat in Trouw triest de camera inblikt op weg naar dat slachthuis, is zijn kind. Het kind van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren en van iedereen die weg wil kijken van wat er in Nederland met dieren gebeurt. Wie wel kijkt, weet dat dit zo niet verder kan
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.