*

 

Scholen doen spelling af als restpost

door Ronald Zwiers − 19/01/07, 00:00

Een taaltoets op de pabo gaat voorbij aan de oorzaken van slechte taalbeheersing. Al op de basisschool hoor je basisvaardigheid als spellen onder de knie te krijgen.

We lezen regelmatig dat studenten niet meer kunnen spellen. De pabo, als lerarenopleiding voor het basisonderwijs, komt daarbij vaak prominent in beeld. Dat is ook gemakkelijk te verklaren: studenten staan op een pabo vaak al binnen een maand na aanvang van hun studie als stagiaire voor de klas. Ze moeten al snel oefenen in het geven van lessen taal en spelling. In die opleiding worden studenten daardoor sneller en harder geconfronteerd met een eventuele gebrekkige kennis van spelling dan in andere opleidingen.

Het probleem beperkt zich echter niet tot de pabo’s. In 2005 verscheen een apart leerboek ’Werkwoordspelling voor hoger onderwijs’, bij een gerenommeerde uitgever, kennelijk om een gat in de markt te vullen. Uiteraard is spelling maar een onderdeel van taalvaardigheid en is de spelling van werkwoorden daar weer een onderdeel van, maar wel een onderdeel waaraan men vaak veel waarde hecht. Op universiteiten worden nu soms extra colleges spelling gegeven. Ook buiten het onderwijs zijn er behoeften: instellingen en bedrijven sturen personeel steeds vaker naar trainingen taal en spelling.

Het blijkt een structureel probleem te zijn en je gaat je afvragen wat de rol van het vak Nederlands in havo, vwo en mbo hierbij is.

Bij de landelijke examens Nederlands van havo en vwo geldt als algemeen voorschrift: ’Voor het niet correct hanteren van de regels voor spelling, interpunctie en zinsbouw bij de beantwoording van de vragen en opdrachten wordt ten hoogste 10 procent van het te behalen puntentotaal afgetrokken’. Dat betekent dat je met een belabberde spelling en allemaal kromme zinnen in feite nog een 9 kunt halen. Wat wél scoort: de leesvaardigheid en het analyseren en beoordelen van een betoog. Voor het mbo zijn er geen landelijke examens en is er dus geen landelijke toetsing van de taalvaardigheid. Ook leerlingen met een diploma van het hoogste niveau mbo kunnen doorstromen naar het hbo (dus ook naar de pabo).

Door de geringe waardering voor spelling, het gebruik van leestekens en de zinsbouw, zegt het cijfer voor het vak Nederlands op de examenlijst vrijwel niets over die kennis en vaardigheden. Ik vrees bovendien dat daardoor deze onderdelen bij de lessen Nederlands vaak een ondergeschoven kindje zijn.

Uit een in 2004 verschenen rapport over het vak Nederlands in het mbo blijkt, dat dit vak vaak ’geïntegreerd’ is in de andere vakken. Dat klinkt wellicht trendy, maar het betekent dat er in feite geen Nederlands meer gegeven wordt.

Het aanleren van een basisvaardigheid als spellen hoort voor de belangrijke eerste beginselen en de hoofdlijnen thuis in het basisonderwijs en verder in het voortgezet onderwijs en mbo. Dit hoort geen taak te zijn voor het hbo en de universiteit. Een school die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid hierbij niet verstaat, bewijst zijn leerlingen een slechte dienst.

Onlangs hebben het ministerie van onderwijs en de HBO-raad overhaast aan de pabo’s een ’taaltoets’ opgedrongen. Daaraan was zelfs voor de studenten de dreiging voor verwijdering gekoppeld. Deze actie gaat voorbij aan de oorzaken en de breedte van deze problematiek en legt de zwarte piet ten onrechte bij beginnende studenten pabo.

mailIcon print |